Het is voldoende om de uitlopers te verwijderen en de ogen rond de uitlopers weg te snijden. Die bevatten namelijk
Deze zorg nemen we alvast weg: aardappels met uitlopers zijn eetbaar. Zorg ervoor dat u deze aardappel uitlopers ruim uitsnijdt en de ogen rondom verwijdert. Hierin bevindt zich een licht giftige stof genaamd solanine, maar daar ondervind u pas hinder van als u er een zeer ongezonde hoeveelheid van opeet.
Je kunt de meeste aardappelplanten oogsten nadat ze gebloeid hebben, ongeveer 60 dagen na het planten. Niet alle aardappelen zullen bloeien, en de knollen zullen in dat stadium nog niet rijp zijn, maar ze zijn heerlijk als ze klein zijn.
Dat het zakje wat bol staat, wil niet zeggen dat de groente bedorven zijn. De verpakking kan opbollen omdat er een beschermend luchtmengsel in het zakje is gedaan. Dat is niet gevaarlijk of schadelijk, het houdt juist de groente langer vers.
Om een mooie aardappelplant te bekomen, zet je een aardappel met uitlopers in de grond. Die uitlopers worden het begin van je nieuwe plant. Wanneer je de uitgelopen aardappel met aarde bedekt en water geeft, groeit hij vanzelf naar het licht.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Gebruik geen aardappelen uit de supermarkt
Pootaardappelen worden speciaal gekweekt om te poten en ze zijn dan ook vrij van virussen. Daarom kun je ook beter geen aardappelen uit de supermarkt gebruiken. Pootgoed zal hoe dan ook een betere oogst opleveren.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
Controleer of de verpakking van het product of de rauwe voeding onbeschadigd is. De houdbaarheidsdatum geldt enkel als de verpakking van het product dicht is. Wanneer een verpakking bol staat is het product bedorven.
Hoe herken ik bederf? De aardappelen zijn beschimmeld, uitgedroogd of verrot. Bederf herken je snel door goed te kijken, ruiken of proeven. Bewaartip voor dit product Bewaar aardappelen bij voorkeur op een droge, donkere en koele plek.
Vaak beginnen de aardappelen te bloeien als de knolzetting klaar is. Dat betekent dat alle knollen onder de aardappel zijn gevormd. De bloei is voor aardappelen een stressvol moment, het kost de plant namelijk veel energie. Zeker als de weersomstandigheden wisselend zijn.
Prik in de aardappel met een vork of mesje. Voel je weerstand? Dan moeten ze nog wat verder koken. Glijdt de aardappel meteen van je mes of vork, dan is hij gaar.
Bij de vroege aardappelen mag je al tevreden zijn met een oogst van 900 gram per plant, terwijl de late variëteiten tot 2,5 kg per plant kunnen voortbrengen. Hou dus rekening met welke pootaardappelen je aankoopt.
Kun je die gekiemde aardappels eten? Gelukkig kun je uitgelopen aardappels nog gewoon eten, dus weggooien is niet nodig. Ze zijn als ze gekiemd zijn vaak wel wat taaier en bevatten minder vitamines. De solanine zit met name in de uitlopers, als je die ruim wegsnijdt is er niets aan de hand.
Voor een gemiddelde volwassene is 200 mg solanine schadelijk; de dubbele hoeveelheid kan zelfs dodelijk zijn. Aardappels bevatten gemiddeld 40 mg solanine per kg. Na het eten van meer dan 5 kilo aardappels in één keer kun je dus ziekteverschijnselen verwachten. Maar ook zonder solanine heb je dan al wel buikpijn.
Solanine en tomatine geeft een bittere smaak en een wat brandend gevoel in de mond. In grote hoeveelheden zijn solanine en tomatine giftig voor mensen. Ze kunnen misselijkheid, overgeven, buikkramp en diarree veroorzaken. In ernstige gevallen kunnen bewustzijnsverlies, ademhalings- of hartproblemen ontstaan.
Het zakje staat iets bol doordat zuurstof is toegevoegd. Zo wordt het gehakt goed beschermd.
Een aardappel die over de datum is, is te herkennen aan het feit dat deze: zachter dan normaal wordt, een rimpelige schil krijgt, schimmel- of rotte plekken krijgt en soms komt het zelfs voor dat de aardappel begint te stinken.
Volgens de Nederlandse wetgeving moeten alle verpakkingen minimaal de hoeveelheid bevatten die op het etiket staat vermeld. Een e-markering op de verpakking houdt echter in dat de verpakkingen de gemiddelde vermelde hoeveelheid product bevatten (binnen de limieten).
Koken en bakken lijkt daarentegen maar weinig effect te hebben. Maar is de aardappel dan 100% veilig om te eten? Dat is nog niet duidelijk. Net daarom wordt aangeraden om aardappelen die gekiemd, verrimpeld of groen zijn toch maar niet te consumeren.
De witte stipjes heten lenticellen. Zie ze als ademhalingsporiën. Alle aardappels hebben lenticellen om de luchtuitwisseling te bevorderen, zuurstof erin, koolstofdioxide eruit, maar als ze zich ontwikkelen in grond die iets te nat blijft, zwellen de lenticellen om meer uitwisseling mogelijk te maken.
Zijn ze licht van kleur, zoals je ook wel eens in het keukenkastje de doorgeschoten aardappelen ziet liggen, dan is dat niet goed. Dit gaat veel te snel waardoor de planten gevoeliger zijn voor ziektes etc. Als je nu start met de aardappelen, dan kies je voor vroege aardappelen.
Als je aardappel uitlopers heeft, hoef je die niet meteen weg te gooien. Het is voldoende om de uitlopers te verwijderen en de ogen rond de uitlopers weg te snijden. Die bevatten namelijk solanine, een toxische stof die ook bij het koken niet verdwijnt.
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
De bodem in het noorden van Nederland is bijzonder geschikt voor het verbouwen van pootaardappelen. Boeren kopen deze van de producenten om aardappelen voor consumptie te telen. Zowel producenten als boeren zouden graag de kiemkracht, de vitaliteit, van de pootaardappelen willen weten voordat ze geplant worden.