Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast. Opgelet, aardappelen die je wil gebruiken om te frituren of te bakken bewaar je beter helemaal niet in de koelkast.
Aardappelen niet in de koelkast
Wanneer u de aardappelen namelijk bewaart in de koelkast gaat de kwaliteit razendsnel achteruit. Door de kou wordt het zetmeel in de aardappelen omgezet in suikers. Ook kunnen aardappelen niet goed tegen het vocht in een koelkast. Daar kunnen ze van gaan rotten.
Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand. Schud ze af en toe om. Bewaar aardappelen nooit in de koelkast.
Bewaar aardappels in een niet te droge of te vochtige omgeving: door droogte gaan de aardappelen rimpelen, door vocht krijgen ze uitlopers en schimmel. De beste bewaartemperatuur is tussen 5 en 10 °C. Bewaar de aardappel in de zak, dat helpt vochtverlies te voorkomen.
Bewaar aardappelen op een koele, donkere en droge plaats om ze langer vers te houden. Bewaar ze niet in de koelkast – kou verandert zetmeel in suiker en tast de smaak en textuur aan. Bewaar ze ook in luchtdoorlatende bakjes in plaats van plastic zakken om vochtophoping te voorkomen, wat bederf versnelt.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Mits koel (7-10°C), donker en geventileerd bewaard, blijven aardappelen tot zes weken goed. Soms nog langer. In de koelkast is het te koud: aardappelen drogen dan uit en worden zoetig. Je ziet dat aan (ongevaarlijke) donkere plekken ná het koken.
Daarna kan de kwaliteit achteruit gaan. Bewaartip voor dit product Laat restjes altijd snel afkoelen en zet ze goed afgesloten in de koelkast of vriezer. Laat restjes niet langer dan 2 uur buiten de koelkast staan.
Houten boxen waarin je behandelde aardappelen bewaarde gooi je dus beter weg. Professioneel is er al geëxperimenteerd met alternatieven zoals muntolie en ethyleen. Die zijn niet voor de particulier beschikbaar. De boer en handelaar bewaren aardappelen vooral koel, luchtig en donker, en dat doe je best ook.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
Traditioneel werden aardappelen als wintervoorraad in een bult (kuil) opgeslagen op het land. De aardappels werden met riet of stro en aarde afgedekt. Ook aardappelkelders waren in gebruik. Later kwamen er speciale aardappelschuren met klimaatcontrole.
Om uitlopers zo lang mogelijk te voorkomen kun je ze best op een koele, donkere en droge plaats bewaren.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Bewaartip voor dit product Bewaar aardappelen bij voorkeur op een droge, donkere en koele plek. Snijd groene plekken op aardappelen ruim weg.
Wanneer je ze samen bewaart, zullen de ajuinen door het vocht uit de aardappels een stuk sneller bederven. Aardappels gebruiken de lucht namelijk om te "ademen", waardoor ze die ook weer uitstoten.
Uien en aardappelen zijn geen goede vrienden van elkaar. Uien versnellen namelijk het rijpingsproces van de aardappelen, waardoor ze sneller bederven. Uien nemen daarentegen snel het vocht op uit de aardappelen, waardoor deze eerder gaat rotten. Kortom, bewaar de ui en de aardappel nóóit naast elkaar.
Bewaarcondities
Bewaar aardappelen in geperforeerde plastic zakken of goed geventileerde containers om de luchtvochtigheid te behouden . Geschikte bewaarplaatsen zijn onder andere koelkasten met een temperatuur van 5-7°C, geïsoleerde garages of koele kelders. Vermijd temperaturen onder de 4°C, aangezien dit suikerophoping en zoetheid kan veroorzaken.
Fruitsoorten die veel ethyleen uitstoten of heel erg vatbaar ervoor zijn kun je dus beter niet naast elkaar bewaren – behalve als je dus wilt dat ze snel rijp worden – zijn: appels, abrikozen, bananen, kiwi's, pruimen, perziken, papaya's, passievruchten en mango's.
Gebruik ademende bewaarmiddelen, zoals een plastic netzak of een draadmand, om je aardappelen te bewaren . Zorg ervoor dat je de aardappelen niet te vol legt om overmatige vochtigheid te voorkomen. Controleer ze regelmatig. Controleer je bewaarde aardappelen elke één tot twee weken op tekenen van uitlopen of bederf.
Gekookte aardappelen en andere gekookte groenten kunnen veilig 3 tot 4 dagen in de koelkast bewaard worden. De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) reguleert groenten en fruit. Als u meer informatie over producten nodig heeft, kunt u de FDA gratis bellen op (888) 723-3366 of hun website bezoeken.
Gekookte aardappels opbakken
De hoogleraar raadt aan gekookte aardappels de volgende dag in plakjes te snijden en op te bakken. ,,Dat is zelfs met een beetje mayonaise nog veel gezonder dan het direct opeten van gekookte aardappels.
Als je aardappelen kookt of bakt met de schil, is het belangrijk ze grondig te wassen. In de aardappelschil zitten veel vitaminen, vezels en mineralen, waardoor het zonde is om ze te verwijderen. Was de aardappelen onder stromend (bij voorkeur lauw) water en wrijf goed om alle resten van aarde te verwijderen.
Hoe kan je voorkomen dat een aardappel begint te kiemen? Dat kun je voorkomen door de aardappelen in het donker en op een koele plaats te bewaren en er een appel tussen te leggen. Haal de aardappelen uit de plasticverpakking en leg ze open in een kratje van hout of karton.
De witte stipjes heten lenticellen. Zie ze als ademhalingsporiën. Alle aardappels hebben lenticellen om de luchtuitwisseling te bevorderen, zuurstof erin, koolstofdioxide eruit, maar als ze zich ontwikkelen in grond die iets te nat blijft, zwellen de lenticellen om meer uitwisseling mogelijk te maken.
Zwartbenigheid is een aardappelziekte, die veroorzaakt wordt door de gramnegatieve bacterie Erwinia carotovora subsp. atroseptica en komt vooral voor bij 18-20 °C. De aangetaste stengels stinken naar vis. Vanuit besmette aardappels verspreidt de bacterie zich.