Combinatieteelt betekend dat je bij het zaaien of planten rekening houdt met het feit dat sommige soorten, als ze naast elkaar worden geplant, elkaar kunnen versterken. Door bijvoorbeeld knoflook naast aardbeien te planten krijgen aardbeien een zoetere smaak.
Het is bekend dat knoflook tussen aardbeien de kans op grauwe schimmel vermindert. Bij het planten kunnen zowel de teentjes als de broedbolletjes uit de bloemen gebruikt worden. De tenen groeien binnen één seizoen uit tot oogstrijpe bollen. Langer duurt het bij de broedbolletjes.
Knoflook naast je aardbeien zorgt voor een zoetere aardbeiensmaak en houdt pissebedden op afstand.
Sommige planten houden er echt niet van: zoals erwten, bonen en peultjes. Aardbeien, frambozen, bietjes en tomaten juist wel.
Aardbeien: knoflook, peterselie, prei, radijs, sla, spinazie, tijm, tomaten, uien, wortels. Andijvie: koolsoorten, prei, stokbonen, tomaat, venkel. Bieten: dille, erwten, knoflook, komkommer, koolsoorten, koriander, sla, uien.
Om de sla leg je materiaal waar slakken niet graag overheen kruipen, zoals stro, cacaodoppen, koffiedrab of gemalen schelpen. Slakken kruipen namelijk niet graag met hun weke buikjes over iets scherps heen. Je kunt ook een slakkenborstel of een afgeknipte plastic fles om jouw sla heen leggen.
Aardbeien: spruiten, broccoli, bloemkool en andere koolsoorten, komkommer. Aardappels: courgette, framboos, komkommers, pompoenen, selderij, tomaten, uien, zonnebloemen. Komkommer: radijs, uien, knoflook, aardappels, aardbei, courgette, tomaten. Sla: peterselie, dille, venkel, selderij.
Leg er een bedje van stro of DCM Castanea Coverchips onder, zo blijven de vruchten proper en droog, en is er minder kans op rotten, in een natte lente. En jij hebt minder last van onkruid. Let op voor slakken, die zijn dol op aardbeien!
Slakken hebben namelijk een hekel aan knoflook. Voor meeste slakken is knoflook zelfs dodelijk en als het niet dodelijk is, dan vermindert het op zijn minst de eetlust. Plet 2 knoflookbollen en kook ze in 1 liter water. Laat daarna het mengsel afkoelen en zeef het.
De knoflook moet goed nat blijven om te kunnen groeien. Geef daarom water bij droogte. De knoflook kan ook wat extra kalium en stikstof gebruiken om nog beter te kunnen groeien. De knoflook groeit heel goed in het zonnetje, plant de tenen dus op een zonnige plek in de (moes)tuin.
Zeewier is zoutrijk, zodat de slakken er niet over kruipen. Gedroogde tijm en scherpe hulstbladeren gestrooid rond uw plantjes geven ook een bescherming. Ook koffiedik en gemalen koffie gestrooid rond planten is zeer geschikt en kan sommige naakt- slakken zelfs doden.
Oma weet raad
Maak een lokdoos van bijvoorbeeld een leeg botervlootje. Graaf dat tussen de planten in zodat de bovenkant van het bakje op gelijke hoogte is met de aarde. Vul het bakje met een restje bruin bier. Elke ochtend kun je slakken verwijderen.
Bij warmte kruipen ze omhoog in de stengels van planten of op palen en muren. Zo zijn ze ver weg van de hete, uitdrogende zandbodem. Ze kunnen hele perioden in 'estivatie' – warmtevlucht – doorbrengen.
Een tomaat schijnt een stof af te scheiden waarmee hij schadelijke insecten op afstand houdt. Dat veroorzaakt ook de geur en de kleur op je handen als je het blad aanraakt. Het verhaal gaat dat komkommers daar niet tegen kunnen.
Knoflook is heel onderhoudsvriendelijk. Behalve regelmatig water geven, is er nauwelijks verzorging nodig. Een belangrijke tip: knip in mei de bloemen uit de plant zodra ze verschijnen. Zo gaat alle energie naar de bol en niet naar de bloem.
Voorjaarsplanting (maart): In mildere klimaten kun je ervoor kiezen om in het vroege voorjaar, meestal in maart, te planten. Dit vereist geen overwintering en levert nog steeds goede oogsten op, zij het vaak met wat kleinere bollen. Soms denken mensen dat je ze dan later oogst dan najaars knoflook, maar dat is niet zo.
Enkele voorbeeldjes van niet-bevorderlijke combinatieteelt in de moestuin: Aardbeienplantjes en kolen zijn minder goede buren. De aardbeienplanten trekken witte koolvliegjes aan die erg schadelijk zijn voor koolsoorten. Deze planten zet je dus best een eindje uit elkaar in je moestuin.
Om de meeste aardbeien te krijgen, ga je best voor een zonnige locatie met goed doorlatende grond. Kies voor gezonde, sterke aardbeiplanten en geef ze voldoende water. Verwijder regelmatig onkruid en gebruik een uitgebalanceerde meststof om een overvloedige oogst van heerlijke aardbeien te garanderen.