Aardappelen bewaar je het beste op een droge, donkere en koele plaats. Een kelder is het allerbeste. De ideale bewaartemperatuur ligt namelijk tussen 4 en 10 graden. Maar omdat niet iedereen een kelder heeft, kun je ze ook in de schuur zetten.
Als u wilt dat uw aardappelen in topconditie blijven, raden wij u aan ze in een papieren zak te doen en ze op een donkere plek te bewaren. Een kast op de veranda of een tuinhuisje zijn goede opties , en de koelkast kan natuurlijk ook (als u daar de ruimte voor hebt).
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Houten boxen waarin je behandelde aardappelen bewaarde gooi je dus beter weg. Professioneel is er al geëxperimenteerd met alternatieven zoals muntolie en ethyleen. Die zijn niet voor de particulier beschikbaar. De boer en handelaar bewaren aardappelen vooral koel, luchtig en donker, en dat doe je best ook.
Hier zijn enkele tips voor het bewaren van aardappelen. Bewaarcondities: Een donkere plek met een temperatuur van 2-6 graden Celsius en een luchtvochtigheid van 80-90 procent is perfect. Veelvoorkomende plekken die goed werken zijn een kelder (uit de buurt van de verwarming), garage, wortelkelder of een donkere en koele kast of keukenkastje dicht bij de vloer.
Aardappelen bewaar je het beste op een droge, donkere en koele plaats. Een kelder is het allerbeste. De ideale bewaartemperatuur ligt namelijk tussen 4 en 10 graden. Maar omdat niet iedereen een kelder heeft, kun je ze ook in de schuur zetten.
Bewaar ze in verse turf of gewoon in droge zakken, beschermd tegen licht en vorst , en ze blijven maanden goed. Ik blancheer ze in kleine porties, laat ze volledig afkoelen en vries ze in. Ze zijn heerlijk als aardappelpuree.
Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand. Schud ze af en toe om. Bewaar aardappelen nooit in de koelkast.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Gebruik ademende bewaarmiddelen, zoals een plastic netzak of een draadmand, om je aardappelen te bewaren . Zorg ervoor dat je de aardappelen niet te vol legt om overmatige vochtigheid te voorkomen. Controleer ze regelmatig. Controleer je bewaarde aardappelen elke één tot twee weken op tekenen van uitlopen of bederf.
Het belangrijkste is dat u aardappelen op een koele, droge plek bewaart, bijvoorbeeld in een voorraadkast, papieren zak of kartonnen doos .
Aardappelen bewaar je best op een koele (tussen 2 en 10°C), donkere en goed verluchte plaats. Laat de aardappelen van jouw eigen oogst eerst drogen en leg ze dan in luchtdoorlatende bakken. Controleer de eerste maanden op rotte aardappelen want die steken ook de andere aan.
Bewaar aardappelen op een koele, donkere en droge plaats om ze langer vers te houden. Bewaar ze niet in de koelkast – kou verandert zetmeel in suiker en tast de smaak en textuur aan. Bewaar ze ook in luchtdoorlatende bakjes in plaats van plastic zakken om vochtophoping te voorkomen, wat bederf versnelt.
Bewaartip voor dit product Bewaar aardappelen bij voorkeur op een droge, donkere en koele plek. Snijd groene plekken op aardappelen ruim weg. Als aardappelen te warm worden bewaard gaan ze uitlopen. De aardappels kun je nog eten als je de uitlopers verwijdert en het plekje eraf snijdt.
Je kunt aardappelen het beste bewaren tussen de 8 en 10°C en op een droge plek, aangezien te veel vocht uitlopers en schimmels veroorzaakt. Kies dus voor een plek waar geen daglicht komt en droog en goed geventileerd is. Leg ze dan niet naast de uien, want aardappel zullen hierdoor aan kwaliteit verliezen.
De meeste vroege en middelvroege aardappelen kunnen in juli/augustus geoogst worden. Halflate of late rassen oogst je vervolgens in september of oktober.
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
Vaak gebeurt dat in het voorjaar en afhankelijk van het aardappelras is bepaald hoe lang deze onder de grond blijven. Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is.
Aardappelen hebben twee grote vijanden: warmte en vocht. Het is dus zaak om ze op een koele (tussen 4°C en 10°C) en droge plek te bewaren. Kies ook voor een donkere plaats zoals een kelder of keukenkast: op een te lichte plaats kunnen ze groen worden en de schadelijke stof solanine ontwikkelen.
Om uitlopers zo lang mogelijk te voorkomen kun je ze best op een koele, donkere en droge plaats bewaren.
Bewaar aardappels in een niet te droge of te vochtige omgeving: door droogte gaan de aardappelen rimpelen, door vocht krijgen ze uitlopers en schimmel. De beste bewaartemperatuur is tussen 5 en 10 °C. Bewaar de aardappel in de zak, dat helpt vochtverlies te voorkomen.
Ook zijn de vroege aardappelen minder lang te bewaren. Het is daarom verstandig om wat kleinere hoeveelheden aan te schaffen. Aardappelshop rooit bij de eerste nieuwe oogst dagelijks aardappelen, voor maximaal 1 á 2 dagen. Zo blijft de voorraad vers en kunnen de aardappelen die nog in de grond zitten even doorgroeien.
Gebakken aardappelen vriezen goed, het beste gehalveerd en gevuld, je kunt ze rechtstreeks uit de vriezer in de oven doen. Ook hier geldt: vet is goed, vocht is slecht, dus je kunt ze volladen met boter, kaas, spek etc. en ze vriezen dan prima. Volledig gekookte friet of gebraden aardappelen vriezen niet goed.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.