Plaats de plantjes met ongeveer 20 cm ruimte naast elkaar op een rij. Plant de slaplantjes op ongeveer 4 cm diepte en druk even de aarde aan. Hou 25 cm ruimte aan tussen de rijen sla planten.
2) Planten uitzetten
Zet de planten uit per soort volgens uw schets van de border (7 tot 8 planten per m², ongeveer 30 cm uit elkaar). Probeer rechte lijnen te vermijden. Houd ongeveer 15 cm afstand van het tegelpad of de grasrand.
Dit betekent het aantal planten per vierkante meter ongeveer in onderlinge plantafstand: 5 planten per m2 = 42 cm uit elkaar. 7 planten per m2 = 37 cm uit elkaar. 9 planten per m2 = 32 cm uit elkaar.
Laat tussen de slazaailingen onderling 35 centimeter ruimte zodat ze genoeg ruimte hebben om een volwassen krop te worden. En geef elke plantje direct na het planten ruim water. Je kunt sla ook in potten telen, dan heeft elke zaailing een pot met een doorsnede van ongeveer 30 centimeter nodig.
Bomen, struiken en hagen
De regels zijn vereenvoudigd: Bomen die minstens twee meter hoog zijn moeten minstens twee meter van de perceelsgrens staan. Struiken en hagen moeten minstens een halve meter van de perceelsgrens staan.
Een goede visuele vuistregel voor plantafstand is om de bladpunten van de ene volwassen plant 2-4 cm van de bladpunten van de andere plant te planten. Dit kan meestal worden geschat als: ongeveer 5-10 cm tussen zaailingen voor kleine bladgroenten zoals sla en Cai Xin.
Als er geen cijfers voor de breedte te vinden zijn, schat dan de uiteindelijke hoogte. Een plant die tussen de 1,5 en 3 meter hoog kan worden, kan ongeveer 2,1 tot 2,4 meter uit elkaar worden geplant . Een struik die tussen de 60 en 1,5 meter hoog kan worden, heeft mogelijk een plantafstand van ongeveer 90 centimeter nodig. Niet alle planten voldoen aan deze algemene regel.
Plaats de plantjes met ongeveer 20 cm ruimte naast elkaar op een rij. Plant de slaplantjes op ongeveer 4 cm diepte en druk even de aarde aan. Hou 25 cm ruimte aan tussen de rijen sla planten.
Plant slaplanten op een afstand van 15 tot 45 centimeter van elkaar (afhankelijk van de soort) op een plek met veel zonlicht en vruchtbare, goed gedraineerde grond met een pH-waarde tussen 6,0 en 7,0.
Deel de breedte van je plantvak (ongeveer 30 cm) door de zaaiafstand . Voorbeeld: 30 cm ÷ 7,5 cm = 4 planten breed. Herhaal dit voor de lengte van je plantvak (ook ongeveer 30 cm). Voorbeeld: 30 cm ÷ 7,5 cm = 4 planten breed.
Plant de uien op 10 à 15 cm van elkaar en houd 30 afstand tussen de rijen. Het loof moet door de aarde steken. Geef de uien water na het planten. Dat helpt om de grond goed te laten aansluiten rond de bol.
De plantafstand is de onderlinge afstand waarop planten of bomen worden aangeplant. Voor het resultaat is ook de snelheid waarmee het doel van de beplanting bereikt moet worden van belang.
In het voorjaar, vanaf maart tot mei, plant u zomerbloeiende bloembollen.
Zoals hierboven al even aangestipt houd je bij het uitplanten een plantafstand aan van 75 x 20 cm. Mais is een windbestuiver; daarom is het slim om de planten in een blokpatroon te planten; plant of zaai de planten niet in één rij, want dat verkleint de kans op goed gevulde kolven en bestuiving.
De kelk, kroon, androecium en gynoecium zijn vier kransen van gemodificeerde bladeren die de bloem vormen. De kelkblaadjes, kroonbladen, meeldraden en stampers vormen respectievelijk een van de bloemdelen in elk van deze kransen.
Slaplanten houden van vochtige grond, maar staan niet graag de hele tijd in water. Zorg ervoor dat de pot die je kiest minstens 15 cm diep is en drainagegaten heeft waardoor het water snel wegloopt, zodat je slaplanten niet doorweekt raken.
Sla wordt gezaaid in vruchtbare, luchtige en vochtige grond, de plant heeft veel bladeren en een zwak wortelstelsel. Zorg ervoor dat de grond niet te nat is. Bovendien heeft sla zonlicht nodig, maar de plant kan niet tegen te veel felle zon.
Bij te weinig water, kan de stengel het gewicht van het blad niet meer houden, waardoor de stengel kan gaan hangen of zelfs knakken. Dit kan je makkelijk oplossen door er wat extra water bij te gieten. Als het goed is zie je jouw kamerplant binnen een paar uur alweer opknappen.
Ze hebben graag wat licht bij het kiemproces. Als je ruim zaait krijg je mooie stevige bladeren. Houd er rekening mee dat er zo'n 30 cm afstand zit tussen planten in een rij en tussen de rijen.
Heeft u bijvoorbeeld een moestuin met jonge slaplantjes? Deze vindt de slak erg lekker, waardoor de plant vroegtijdig verorbert wordt door de slak. Ook stengelachtige planten kunnen in de jonge jaren veel te verduren krijgen van slakken. De bladeren worden opgegeten waardoor alleen de stengel nog overblijft.
Geef sla voldoende water
Laat een slaplantje nooit uitdrogen, dan worden de bladeren taai en de bladranden bruin. Geef dus bij droogte voldoende water, liefst in de ochtend, zodat de plantjes goed kunnen opdrogen. Kropsla gaat vrij snel rotten wanneer de bladeren te lang nat blijven.
Een planten terrarium in een gesloten fles onderhoudt zichzelf en is een soort mini-ecosysteem. Het vocht in de flessentuin verdampt en drupt als condens in de grond. Als het blad van een miniplant verdort en afvalt, verteert het op de grond. Zo wordt het weer voeding voor de planten zelf.
Hiervoor kun je het beste grind, kiezels of zand gebruiken. Dit voegt gewicht toe aan de pot en voorkomt dat hij omvalt. Grind of kiezels zorgen daarnaast ook voor een goede afwatering om rotting te voorkomen. Veranker de plantenstengel met steekschuim zodat je deze stevig in de pot kan verankeren.
Je plant staat te warm
Planten zijn erg gevoelig voor temperatuurverschillen. Staat jouw plant op de tocht of juist vlak boven de verwarming dan kan het zijn dat hij hier van schrikt. Je plant reageert hierop door zijn blad te laten hangen. Door jouw groene vriend op een andere plek te zetten knapt hij snel weer op.