Plant de aardappelen in rijen. Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten. Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen. Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.
Aardappelen planten
Als het goed is heb je de grond in de herfst reeds voorbereid: voldoende diep gespit, onkruid verwijderd en organisch materiaal aan de grond toegevoegd. Wanneer de grond warmer wordt (doorgaans vanaf half april), kunnen aardappelen in de volle grond worden geplant.
Plant de aardappels 10-15 cm diep in de grond. De planten hebben veel water nodig dus zorg ervoor dat de bodem niet uitdroogt ook na het uitplanten. Of deze nou in de volle grond groeien of in potten staan.
Na 15 maart poot je de aardappels in je bak, mits de temperatuur boven de 8°C is. (Dat kan ook als je ze niet voor-gekiemd hebt, maar dan duurt het wat langer voor ze opkomen.) Maak de mix in een vak midden in de bak los en poot als volgt: maak 2 diepe gaten in het vak - liefst tot op de bodem.
Voor je aardappelteelt volstaat een flinke bemesting met verteerde stalmest of met compost. Vervolgens moet je er voor zorgen dat je grond rijk is aan kalium (kali of tuinpotas) en magnesium (kieseriet). De kalium zorgt voor een betere vruchtvorming en de magnesium voor een mooier en sterkere loof.
Kweek je eigen aardappelen
De beste manier om ze zelf te kweken is door pootaardappelen te kopen en deze voor te kiemen. Je zou ook een aardappel uit de supermarkt kunnen gebruiken maar deze zijn meestal behandeld met een product waardoor ze niet snel kiemen en dus ook geen grote plant zullen geven.
De bodem in het noorden van Nederland is bijzonder geschikt voor het verbouwen van pootaardappelen. Boeren kopen deze van de producenten om aardappelen voor consumptie te telen. Zowel producenten als boeren zouden graag de kiemkracht, de vitaliteit, van de pootaardappelen willen weten voordat ze geplant worden.
Wanneer de aardappelplanten ongeveer 30 cm hoog zijn, kun je ze aanaarden. Aanaarden is nodig zodat je knollen niet boven de grond komen te liggen en groen zouden worden. Groene knollen zijn namelijk giftig en ongeschikt om te eten. Dit wil je dus voorkomen.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
Ik heb even opgezocht wat de slechte buren van aardappelen zijn volgens de veel op elkaar lijkende lijsten: slechte buren zijn tomaten, tijm, courgette, komkommer, kamille, framboos, pompoen, selderij, ui, rozemarijn, munt, zonnebloem, melde en worteltjes.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Geef water en zet weg op een zonnige plek. Van zodra het eerste loof zo'n 15 cm hoog staat, strooi je er weer een laag van 10 cm potgrond overheen. Herhaal dat ongeveer elke drie weken, tot de zak vol is. Geef telkens water wanneer de potgrond droog aanvoelt; in te droge grond groeien aardappelen amper.
Plant de aardappelen in rijen.
Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten. Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen. Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
Plant de aardappelen in rijen.
Zorg voor voldoende afstand tussen de rijen (± 70 cm), zo kan je je aardappelplanten achteraf gemakkelijker aanaarden. Maak plantgaten van zo'n 5 cm diep. In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm). Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten.
Aardappelen verkiezen een bodem met een lage pH-waarde, 5 à 6 is voldoende. Een bodemverbeteraar, zoals Horta Koemest of Horta Universele Bodemverbeteraar, geeft je aardappelplanten een goede start. Kalium voorkomt glazigheid en zorgt later voor een betere bewaring.
Wanneer aardappels poten? Als u zelf aardappelen wilt planten, dan poot u ze bij voorkeur tussen juni en oktober. De bodem dient voldoende bemest en los te zijn. Een vaste structuur is voor de late aardappelsoorten echter geen probleem.
Als voorbeeld: voor een kilo aardappelen krijgt de boer tussen de 3 en 20 cent. De kostprijs ligt tussen 12 en 18 cent per kilo. In de supermarkt betaalt de consument grif tussen de €0,50 en €2,00 voor een kilo aardappelen, ook als die niet geschild en voorgekookt maar onbewerkt zijn.
Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.
1 kg bevat ongeveer 40 knollen bij de meest voorkomende maat 28/35, en ongeveer 32 knollen bij de maat 30/40. Reken op ongeveer 5 knollen per m² voor de vroege, en 4 knollen per m² voor de late soorten. 1 kg plantaardappelen zorgt voor een gemiddelde oogst van zo'n 28 à 53 kg aardappelen (afhankelijk van de soort)
Pootaardappelen worden speciaal gekweekt om te poten en ze zijn dan ook vrij van virussen. Daarom kun je ook beter geen aardappelen uit de supermarkt gebruiken. Pootgoed zal hoe dan ook een betere oogst opleveren.
Bewaren en voorkiemen
Breng de aardappels vier weken voor het poten op kamertemperatuur. De witte spruiten kun je het best in het licht afharden, zodat ze er met poten niet afbreken. Voordeel van voor kiemen is ook dat je later in een warmere grond kunt planten, zodat de aardappel in één keer door groeit.