Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast. Opgelet, aardappelen die je wil gebruiken om te frituren of te bakken bewaar je beter helemaal niet in de koelkast.
Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand. Schud ze af en toe om. Bewaar aardappelen nooit in de koelkast.
🌟 1️⃣ Zoek een koele, donkere en droge plek, zoals een voorraadkast of kelder , om je aardappelen te bewaren. Vermijd plekken met direct zonlicht of extreme hitte. 2️⃣ Bewaar aardappelen in een ademende verpakking, zoals een papieren zak of een netzak, om luchtcirculatie mogelijk te maken en vochtophoping te voorkomen. Dit helpt spruiten en rotting te voorkomen.
Hoe kan je voorkomen dat een aardappel begint te kiemen? Dat kun je voorkomen door de aardappelen in het donker en op een koele plaats te bewaren en er een appel tussen te leggen. Haal de aardappelen uit de plasticverpakking en leg ze open in een kratje van hout of karton.
Houten boxen waarin je behandelde aardappelen bewaarde gooi je dus beter weg. Professioneel is er al geëxperimenteerd met alternatieven zoals muntolie en ethyleen. Die zijn niet voor de particulier beschikbaar. De boer en handelaar bewaren aardappelen vooral koel, luchtig en donker, en dat doe je best ook.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Aardappelen bewaar je best op een koele (tussen 2 en 10°C), donkere en goed verluchte plaats. Laat de aardappelen van jouw eigen oogst eerst drogen en leg ze dan in luchtdoorlatende bakken. Controleer de eerste maanden op rotte aardappelen want die steken ook de andere aan.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Versterk jouw planten door om de paar weken met basalt- of lavameel te stuiven of door heermoesaftreksel te spuiten. Zorg voor ruime plantafstanden, zo kan het loof tijdig opdrogen. Geef jouw aardappelen en tomaten niet te veel stikstof, want dat geeft veel en gevoelig blad. Kweek verschillende rassen (naast mekaar).
Uw aardappelen beschermen voor een zo hoog mogelijke opbrengst. Met middelen tegen herbiciden, fungiciden en insecticiden. Het is van groot belang om zo vroeg mogelijk ziektes of vijanden te identificeren. In veel gevallen is het zelf nog beter om vooraf maatregelen te nemen.
Je kunt aardappelen het beste bewaren tussen de 8 en 10°C en op een droge plek, aangezien te veel vocht uitlopers en schimmels veroorzaakt. Kies dus voor een plek waar geen daglicht komt en droog en goed geventileerd is. Leg ze dan niet naast de uien, want aardappel zullen hierdoor aan kwaliteit verliezen.
Een aardappel die over de datum is, is te herkennen aan het feit dat deze: zachter dan normaal wordt, een rimpelige schil krijgt, schimmel- of rotte plekken krijgt en soms komt het zelfs voor dat de aardappel begint te stinken.
Traditioneel werden aardappelen als wintervoorraad in een bult (kuil) opgeslagen op het land. De aardappels werden met riet of stro en aarde afgedekt. Ook aardappelkelders waren in gebruik. Later kwamen er speciale aardappelschuren met klimaatcontrole.
Chloorprofam is een middel dat o.a. wordt gebruikt om de scheutvorming bij aardappelen tijdens de bewaring tegen te gaan.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
In volle grond: Maak gleuven in de grond van 10 cm breed en 5 cm diep. Laat ongeveer 75 cm tussen twee rijen. Leg de aardappelen met hun kiemen naar boven in de gleuf en laat er telkens een 40-tal cm tussen. Bedek ze daarna met aarde en geef water.
Beschimmelde producten moeten direct weggegooid worden.
Vaak gebeurt dat in het voorjaar en afhankelijk van het aardappelras is bepaald hoe lang deze onder de grond blijven. Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is.
Als je je aardappels geoogst heb wil je ze natuurlijk ook bewaren. Na de oogst laat je de aardappels eerst drogen. Dit kan ik een losse laag ergens in een schuur doen maar je kan ze ook laten drogen in kratten met luchtgaten. Zorg dan wel dat je ze niet al te dik opstapelt zodat overal makkelijk lucht bij kan komen.
De meeste vroege en middelvroege aardappelen kunnen in juli/augustus geoogst worden. Halflate of late rassen oogst je vervolgens in september of oktober.
Bewaartip voor dit product Bewaar aardappelen bij voorkeur op een droge, donkere en koele plek. Snijd groene plekken op aardappelen ruim weg. Als aardappelen te warm worden bewaard gaan ze uitlopen. De aardappels kun je nog eten als je de uitlopers verwijdert en het plekje eraf snijdt.
Om uitlopers zo lang mogelijk te voorkomen kun je ze best op een koele, donkere en droge plaats bewaren.
Een kelder is een goede plek om aardappelen te bewaren. Wanneer u geen kelder heeft kan een kast ook een goede opslagplaats zijn. Houd er rekening mee dat de beste temperatuur om aardappelen op te slaan 4-10 graden is.