Bewaren en voorkiemen Breng de aardappels vier weken voor het poten op kamertemperatuur. De witte spruiten kun je het best in het licht afharden, zodat ze er met poten niet afbreken. Voordeel van voor kiemen is ook dat je later in een warmere grond kunt planten, zodat de aardappel in één keer door groeit.
Het voorkiemen duurt meestal 4 à 6 weken.
Om het voorkiemen te vergemakkelijken, kunnen de aardappelen naast elkaar worden gelegd in kistjes of eierdoosjes. Plaats de doosjes op een plek met veel licht, maar vermijd direct zonlicht. Een temperatuur van een ongeveer 10° C is ideaal.
Doe de aardappelen in een papieren zak op een ietwat warme, donkere plek om te beginnen met voorkiemen . Wanneer je een paar voorkiemen hebt, zet ze dan buiten op een plek waar ze wat licht kunnen krijgen zonder warmte. Zet ze op een koele vensterbank of onder een kweeklamp die niet veel warmte afgeeft. Je wilt dat de ogen groen worden.
Om de knollen te laten voorkiemen, leg je ze open op een koele, lichtrijke en vorstvrije plaats. Wees voorzichtig als je ze verplaatst, want de scheutjes zijn erg kwetsbaar en breken snel af. Als je geen tijd hebt om de aardappelen te laten voorkiemen, kun je ze ook onmiddellijk in de grond laten ontkiemen.
Plant de aardappelen in rijen.
Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten. Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen. Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.
Kweek je eigen aardappelen
De beste manier om ze zelf te kweken is door pootaardappelen te kopen en deze voor te kiemen. Je zou ook een aardappel uit de supermarkt kunnen gebruiken maar deze zijn meestal behandeld met een product waardoor ze niet snel kiemen en dus ook geen grote plant zullen geven.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
En je kan natuurlijk ook al eens nadenken hoe je ze wil bereiden. Om een mooie aardappelplant te bekomen, zet je een aardappel met uitlopers in de grond. Die uitlopers worden het begin van je nieuwe plant. Wanneer je de uitgelopen aardappel met aarde bedekt en water geeft, groeit hij vanzelf naar het licht.
Je poot per zak één tot maximum 3 pootaardappels, afhankelijk van de diameter van de kweekzak. De pootaardappels moeten 25 cm uit elkaar liggen. Je dekt de aardappels af met een flinke laag aarde of potgrond. Naarmate de plant groeit, kan je potgrond toevoegen.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
De meeste plantaardappelen worden van maart tot midden april in de volle grond gestoken. Dit proces heet poten. Hoe lichter de grond, hoe dieper je de aardappelen moet planten.
In een aardappel zit ook water en zout. In het eerste glas wil het water uit de aardappel naar het zoute water, want deze is 'sterker'. Daarom krimpt de aardappel en wordt hij sponzig.
Aanaarden: Zodra het loof boven de grond ongeveer 15 cm hoog is, bedek je de met een extra laag aarde rondom de planten om de stengels te bedekken. Dit voorkomt dat de knollen blootgesteld worden aan zonlicht, wat groene (en giftige) plekken kan veroorzaken. Herhaal dit proces enkele keren tijdens de groei.
De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond. Weet ook dat aardappelen een iets lagere zuurtegraad verkiezen (pH= 5-6). Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft. Een aardappelveldje kan je daarom beter niet bekalken.
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
Bewaren en voorkiemen
Breng de aardappels vier weken voor het poten op kamertemperatuur. De witte spruiten kun je het best in het licht afharden, zodat ze er met poten niet afbreken. Voordeel van voor kiemen is ook dat je later in een warmere grond kunt planten, zodat de aardappel in één keer door groeit.
De bodem in het noorden van Nederland is bijzonder geschikt voor het verbouwen van pootaardappelen. Boeren kopen deze van de producenten om aardappelen voor consumptie te telen. Zowel producenten als boeren zouden graag de kiemkracht, de vitaliteit, van de pootaardappelen willen weten voordat ze geplant worden.
Na 15 maart poot je de aardappels in je bak, mits de temperatuur boven de 8°C is. (Dat kan ook als je ze niet voor-gekiemd hebt, maar dan duurt het wat langer voor ze opkomen.) Maak de mix in een vak midden in de bak los en poot als volgt: maak 2 diepe gaten in het vak - liefst tot op de bodem.
Na een paar maanden zijn de aardappelen klaar om geoogst te worden. Eind april geplante knollen kunnen al in juni geoogst worden, terwijl late soorten pas in september of oktober rijp zijn. Een duidelijk teken dat geoogst kan worden, is wanneer het loof geel of bruin en verdord is.
Stap 8: oogsten
Na ongeveer 10 weken zitten er al mooie aardappelen onder de grond. Voel voorzichtig met je handen in de aarde en vind je de knollen voldoende groot dan kan je beginnen het opgraven van de aardappelen. Vind je vooral nog kleine knollen, laat ze dan nog een week zitten.
Wanneer verschijnen de nieuwe aardappelen? De eerste vroege Nederlandse piepers worden al in juni of juli gerooid, afhankelijk van het soort pieper dat u wilt. De echte vroege aardappelrassen bij Aardappelshop zijn de Frieslander, Doré en Première.
Voor je aardappelteelt volstaat een flinke bemesting met verteerde stalmest of met compost. Vervolgens moet je er voor zorgen dat je grond rijk is aan kalium (kali of tuinpotas) en magnesium (kieseriet). De kalium zorgt voor een betere vruchtvorming en de magnesium voor een mooier en sterkere loof.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.