In volle grond: Maak gleuven in de grond van 10 cm breed en 5 cm diep. Laat ongeveer 75 cm tussen twee rijen. Leg de aardappelen met hun kiemen naar boven in de gleuf en laat er telkens een 40-tal cm tussen. Bedek ze daarna met aarde en geef water.
Graaf een ondiepe sleuf van ongeveer 15-20 cm diep. Dit kan met een hark in losse grond, maar in zwaardere grond heb je mogelijk een schop of schoffel nodig . Leg gesneden aardappelen met een tussenruimte van 25-30 cm in de sleuf. Als grotere aardappelen in hun geheel worden geplant, zullen ze grotere planten produceren en hebben ze wat extra ruimte nodig, 30-40 cm.
Uitlopers (of scheuten) ontstaan wanneer je een aardappel te lang of te warm bewaart. Als je aardappel uitlopers heeft, hoef je die niet meteen weg te gooien. Het is voldoende om de uitlopers te verwijderen en de ogen rond de uitlopers weg te snijden.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Vaak gebeurt dat in het voorjaar en afhankelijk van het aardappelras is bepaald hoe lang deze onder de grond blijven. Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is.
Aardappel rooien
Het makkelijkste wipt u de aardappels op uit de grond met een riek, waarna u deze met uw handen uit de grond trekt. Zorg ervoor dat u alle aardappels uit de grond haalt. Zo voorkomt u mogelijke besmettingen in de grond voor een volgende oogst.
Versterk jouw planten door om de paar weken met basalt- of lavameel te stuiven of door heermoesaftreksel te spuiten. Zorg voor ruime plantafstanden, zo kan het loof tijdig opdrogen. Geef jouw aardappelen en tomaten niet te veel stikstof, want dat geeft veel en gevoelig blad. Kweek verschillende rassen (naast mekaar).
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand. Schud ze af en toe om. Bewaar aardappelen nooit in de koelkast.
Meng wat mayonaise, yoghurt of zure room onder je restje aardappelen. Voeg nog wat smaakmakers zoals verse kruiden of gesnipperde (lente)ui toe en je hebt een basic aardappelslaatje. Lekker bij een barbecue, maar ook op een broodje of als extraatje bij je salade.
De uitlopers zelf kun je beter niet opeten. In de uitlopers zit namelijk het giftige stofje solanine, waarmee de aardappel beschermd wordt tegen schimmels en insecten. Maar geen nood, als je ze er goed afsnijdt is er niks aan de hand. Van dit stofje kun je overigens flink buikpijn, diarree of koorts krijgen.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
Plant de aardappelen in rijen.
In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm).
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Hoe kan je voorkomen dat een aardappel begint te kiemen? Dat kun je voorkomen door de aardappelen in het donker en op een koele plaats te bewaren en er een appel tussen te leggen. Haal de aardappelen uit de plasticverpakking en leg ze open in een kratje van hout of karton.
Deze zorg nemen we alvast weg: aardappels met uitlopers zijn eetbaar. Zorg ervoor dat u deze aardappel uitlopers ruim uitsnijdt en de ogen rondom verwijdert. Hierin bevindt zich een licht giftige stof genaamd solanine, maar daar ondervind u pas hinder van als u er een zeer ongezonde hoeveelheid van opeet.
De aardappelplaag is zichtbaar op de aardappelknol door ingezonken plekken en de knol zelf is glazig met bruine plekken waarbij deze snel zal rotten. Een aangetast gewas sterft snel af en infecteert zeer snel de overige aardappelplanten.
De vier belangrijkste plaaginsecten voor de aardappel zijn drie groepen bladluizen en de coloradokever. Zij kunnen het gewas beschadigen waardoor bij een hoge plaagdruk de gewasopbrengst afneemt. De coloradokever is een exoot, oorspronkelijk uit Amerika en zijn voor veel andere insecten giftig.
Voer planten en afgezaagd plantmateriaal af via het restafval en niet via het groene afval. Om de ziekte onschadelijk te maken moeten de zieke plantedelen namelijk verbrand worden. De schimmel kan zich gemakkelijk via (spat)water verspreiden.
Een volledig gemechaniseerde rooimachine tilt de knollen via scharen op en plaatst deze met grond en al op de rooiketting. De grond wordt gezeefd en banden brengen de knollen in een grote trechter (hopper, bunker) die wordt geleegd in een wachtende wagen of kieper (bunkerrooier).
Je kunt de meeste aardappelplanten oogsten nadat ze gebloeid hebben, ongeveer 60 dagen na het planten. Niet alle aardappelen zullen bloeien, en de knollen zullen in dat stadium nog niet rijp zijn, maar ze zijn heerlijk als ze klein zijn.
Behalve koel moet jouw bewaarplaats ook nog steeds luchtig, donker en droog zijn. Door contact met licht ontwikkelen de knollen het giftige solanine. Dat zie je ook, want dan worden ze groen.