In de prehistorie leefden we als verzamelaars en aten we onze vondsten vaak zo snel mogelijk op. De enige manier die wij kenden om voedsel zoals bessen en vlees langer goed te houden, was door het te drogen in de zon en later – het moest immers eerst uitgevonden worden – boven vuur.
Als je in de pre-industriële tijd je fruit of groenten wilde bewaren, kon je ze drogen, inmaken of fermenteren tot dranken . Als je in de industriële wereld leeft, maar nog niet in de koelkast, is inmaken een goede optie. Suiker is ook een conserveermiddel - daarom worden jam en gelei 'conserven' genoemd.
De Romeinen en hun tafelmanieren..
Er werd (bijna) geen gebruik gemaakt van bestek. Tijdens het eten nuttigden zij het voedsel met hun vingers, die zij vervolgens in kommetjes met water werden gedoopt om ze schoon te spoelen. Vorken kenden ze in die tijd nog niet en zelden werd gebruik gemaakt van de lepels.
Traditioneel werden aardappelen als wintervoorraad in een bult (kuil) opgeslagen op het land. De aardappels werden met riet of stro en aarde afgedekt. Ook aardappelkelders waren in gebruik. Later kwamen er speciale aardappelschuren met klimaatcontrole.
Een ijskelder is een ondergrondse ruimte waar men vroeger ijs bewaarde, lang vóór de uitvinding van de koelkast. In de winter werd ijs uit vijvers gehakt en in de kelder opgeslagen, zodat het tot diep in de zomer gebruikt kon worden.
De enige manier die wij kenden om voedsel zoals bessen en vlees langer goed te houden, was door het te drogen in de zon en later – het moest immers eerst uitgevonden worden – boven vuur. Dit laatste is de basis voor het roken van voedsel zoals we dat nu kennen.
Voedsel werd gerookt, gedroogd, gezouten, gefermenteerd of ingelegd . Het werd ook bewaard in wortelkelders of ondergrondse kuilen. Rijke mensen die in koude klimaten woonden, hadden vaker een ijskuil of later een ijskelder waar ze ijs bewaarden voor gebruik in de warmere maanden.
Vlees & Zuivel
Het vlees werd ingewreven met zout, in houten vaten gelegd en met water overgoten, waardoor een pekel ontstond . De pekel hield het vlees sappiger en smakelijker dan wanneer het werd gedroogd, en voorkwam de groei van schadelijke organismen. Het maken van boter was een gebruikelijke manier om melk te conserveren.
Melk werd vaak bewaard in varkens- of rundermagen en als deze werden meegenomen, werd de melk voortdurend heen en weer geschud. Tijdens zo'n tocht kunnen de enzymen die van nature in de kalvermaag zitten de zure melk veranderen in een vast gedeelte (de kaas) en een vloeibaar gedeelte (de wei).
Houten boxen waarin je behandelde aardappelen bewaarde gooi je dus beter weg. Professioneel is er al geëxperimenteerd met alternatieven zoals muntolie en ethyleen. Die zijn niet voor de particulier beschikbaar. De boer en handelaar bewaren aardappelen vooral koel, luchtig en donker, en dat doe je best ook.
Het xylospongium of tersorium, ook wel bekend als een "spons op een stok", was een gebruiksvoorwerp dat werd aangetroffen in oude Romeinse latrines. Het bestond uit een houten stok (Grieks: ξύλον, xylon) met aan één uiteinde een zeespons (Grieks: σπόγγος, spongos).
Groenten, eieren of vis werden ook vaak ingemaakt in dicht opeengepakte potten met pekel en zure vloeistoffen (citroensap, verjus of azijn) . Een andere methode was om het voedsel te conserveren door het te koken in honing, suiker of vet, waarin het vervolgens werd bewaard.
Voor de Romeinen was identiteit gebonden aan het soort water dat je dronk, de bronnen in jouw buurt of de rivier waarlangs je leefde. Met andere woorden: je bent wat je drinkt!
Drogen. De oudste vorm van pekelen is drogen, dat al sinds de oudheid wordt toegepast. De vroegst bekende praktijk dateert uit 12.000 voor Christus, door bewoners van de huidige Aziatische en Midden-Oosterse regio's.
De Amish hebben nog een vreemde maar geniale manier om vlees maandenlang te bewaren. Geen koelkast, geen vriezer, alleen zout , en het werkt al eeuwen. Ze beginnen met verse stukken varkensvlees, meestal van de buik of schouder. Geen kruiden, geen marinade, gewoon schoon, bijgesneden vlees, klaar om te worden verpakt.
De kaas werd van een kaaswiel gesneden en in slagerspapier gewikkeld . Mijn moeder kocht in bulk, dingen zoals bonen zaten in een stoffen zak en die schepte ze dan in een papieren zak. We namen boodschappen altijd mee naar huis in papieren zakken. Die hergebruikten we.
De oorsprong van kaas
Kaas wordt al eeuwenlang gemaakt. De oudste sporen van kaasproductie dateren van ongeveer 5500 voor Christus in Polen. Door de eeuwen heen ontwikkelden culturen over de hele wereld hun eigen technieken en recepten. Zo is er nu een groot aanbod aan kaassoorten met unieke smaken en texturen.
Voor je gezondheid hoef je niet per se vlees te eten. Er zitten nuttige voedingsstoffen in vlees, zoals eiwit, ijzer en vitamine B1 en B12. Maar die voedingsstoffen kun je ook uit andere producten halen. Je kunt dus prima met minder of zonder vlees, als je het goed vervangt.
Varkensvlees: Varkensvlees blijft meestal 5 tot 6 maanden goed in de vriezer. Hetzelfde geldt hier: zorg voor een goede verpakking. Gevogelte: Kip, kalkoen en ander gevogelte kunnen ongeveer 9 maanden tot een jaar in de vriezer worden bewaard.
Even afkoelen
Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: je doet er goed aan om je restjes eerst even te laten afkoelen. Niet alleen omdat het anders ten koste gaat van de smaak, maar vooral omdat je dan bacteriën minder de kans geeft zich te verspreiden.
Transport en verpakking
Het is heel belangrijk dat etenswaren veilig én hygiënisch vervoerd worden. Zo moeten de producten op de juiste temperatuur vervoerd worden. In het geval van warme maaltijden is dit 60 graden, gekoelde producten moeten vervoerd worden bij 7°C of kouder.
Maar wat is het effect van verwarmende en verkoelende voedingsmiddelen? Verwarmende producten brengen onze organen in beweging en verwarmen ons lichaam. Verkoelend voedsel brengt ons lichaam juist tot rust en geeft het lichaam verkoeling.