Zo gebruiken ze vaak dezelfde woorden, beginnen ze grammaticale fouten te maken en begrijpen ze lange en complexe zinnen minder goed. Gaandeweg krijgen ze ook moeite met abstract denken. Ze kunnen moeilijk de waarde van geld inschatten en kunnen zich moeilijker oriënteren in tijd en ruimte.
Als je dementie hebt, wordt het steeds lastiger om dingen zelf te doen. Omdat je niet meer goed weet hoe je iets moet doen, of omdat je lichaam niet doet wat je wilt. Je stemming kan ook veranderen. Je voelt je misschien verdrietig of je hebt misschien geen zin meer om andere mensen te zien.
De ziekte begint vaak plotseling. Iemand met vasculaire dementie kan geleidelijk achteruitgaan, maar het kan ook plotseling slechter gaan door een beroerte of een reeks kleine beroertes (TIA's). Zolang er zich geen nieuwe beroertes voordoen, kan iemand daarna weer een tijd stabiel blijven.
Mensen met beginnende dementie ontkennen of verbloemen dan ook vaak hun geheugenproblemen: ze vertonen 'façadegedrag'. Neuroloog Sebastiaan Engelborghs (VUB en UA) legt uit hoe je dit gedrag herkent en vooral: hoe je ermee omgaat. “Wijs iemand er níet op dat hij of zij iets niet meer kan.”
Kenmerken van dementie
gedragsverandering, bijvoorbeeld ongeduldiger worden, of woedeaanvallen; problemen met dagelijkse handelingen, zoals boodschappen doen of het bedienen van een computer.
Smeergedrag ontstaat vaak door plukgedrag, waarbij cliënten aan hun kleding of incontinentiemateriaal plukken, wat kan leiden tot smeren met ontlasting. Deze gedragingen gaan vaak samen: wanneer een cliënt zijn of haar kleding scheurt, kan hij of zij gemakkelijker bij het incontinentiemateriaal komen en dit uitsmeren.
Jezelf kwijt zijn manifesteert zich op verschillende manieren: Je voelt je constant opgejaagd, ook in je vrije tijd. Beslissingen nemen wordt steeds moeilijker. Je weet niet meer wat je écht wilt.
Veranderd gedrag als symptoom van dementie. Gedragsverandering kan een symptoom zijn van dementie. Iemand gedraagt zich dan anders dan vroeger, voor de ziekte. Iemand kan bijvoorbeeld ineens boos of wantrouwig worden, of juist liever zijn en meer lachen dan eerst.
🔸Ze hebben een verstoorde prikkelverwerking. Bij mensen met dementie komen prikkels vaak anders binnen dan bij een gezond brein. Douchen kan zorgen voor overprikkeling.
'Mild Cognitive Impairment' (MCI) betekent 'milde cognitieve stoornis'. Iemand met MCI heeft problemen met het geheugen of met een andere hersenfunctie. Maar hij of zij kan nog goed functioneren in het dagelijks leven. MCI kan in sommige gevallen een voorloper van dementie zijn, maar dit hoeft niet.
Achterdocht is een van de eerste gedragsveranderingen bij dementie. Uw naaste raakt in de war omdat hij/zij situaties niet goed meer kan inschatten. Uw naaste raakt spullen kwijt en herkent anderen niet meer. Doordat grip op de wereld verminderd, kan achterdocht ontstaan.
De eerste fase van dementie
Dat kun je merken aan geheugenproblemen, meerdere kleine beroertes of tia's, problemen met spraak- en taal, of egoïstisch en gevoelloos gedrag. Het kan ook zo zijn dat dit niet door dementie komt, maar door ouderdom, een burn-out of een hele moeilijke gebeurtenis in iemands leven.
Klachten en symptomen
Iemand met dementie heeft vaak 1 of meer van de volgende symptomen: moeite met dingen onthouden. desoriëntatie in tijd: u weet vaak niet hoe laat het is of wat voor dag het is. desoriëntatie in plaats: u weet soms niet meer waar u bent of woont.
Onderzoek door de huisarts
De huisarts kan de diagnose dementie stellen, maar doet daarvoor eerst onderzoek. Het begint met een aantal vragen die helpen te bepalen hoe het geheugen ervoor staat. Als het nodig is, laat de huisarts ook urine- en bloedonderzoek doen.
Langzamer bewegen met dementie
Je naaste met dementie wordt onzekerder, neemt kleine stapjes en lijkt moeite te hebben met evenwicht. Heeft je naaste Lewy body dementie? Dan is er al snel sprake van stijfheid, langzame bewegingen, een gebogen houding en een andere manier van lopen.
Diabetes en hart- en vaatziekten zijn risicofactoren voor dementie. Daarnaast lijken vezels ook nog bij te dragen aan het verminderen van ontstekingen in het lichaam. Ook ontstekingen spelen vaak een rol bij dementie.
Bij interactieroepen is er iets onaangenaams in de omgeving aanwezig, waardoor de dementerende roept. Sommige dementerenden praten dan weer hardop in zichzelf om weer een soort van contact met zichzelf te krijgen.