De ideale kerntemperaturen voor verschillende vleessoorten Varkensvlees wordt heerlijk sappig bij 70–75 °C. Lamsvlees komt het mooist tot zijn recht als het nog licht rosé is, rond 55–60 °C. Kip en kalkoen moeten altijd minimaal 75 °C bereiken om volledig veilig te zijn.
Kerntemperatuur varkensvlees
Varkensvlees gaart door bij 70 graden en hoger. Als de temperatuur te hoog wordt slaat het vlees door en wordt het taai. Het is de kunst om de garing te stoppen bij 68 graden Celsius. De kern gaart dan nog iets door.
Afhankelijk van je voorkeur houd je voor varkensvlees gewoonlijk een kerntemperatuur van 60 tot 70 °C aan. Uitzondering hierop vormt pulled pork, waarvoor je een hele varkensschouder, -nek of de boston butt gebruikt. Om je vlees goed te kunnen pullen zit je al snel rond een kerntemperatuur van ongeveer 85 °C.
Kijk goed naar de kleur en textuur van het vlees. Gaar varkensvlees moet van binnen een lichtroze tot witte kleur hebben. Een klein beetje roze is acceptabel, maar het moet niet rauw of rood lijken. De sappen die uit het vlees komen, moeten helder zijn, niet rood of roze.
Door op lagere temperatuur te garen blijft het vlees veel sappiger. Haal het vlees op een kerntemperatuur van 69°C uit de oven voor doorbakken, maar sappig vlees. Wie het nog wat rosé wil, gaat voor 67°C. Bij 75°C is het varkensgebraad volledig gegaard.
Bak de varkenshaas om en om op hoog vuur bruin in een braadpan. Zet de braadpan in een oven van 160-180°C. De gaartijd voor rosé is 15-20 minuten (kerntemperatuur 64°C), doorbakken 20-30 minuten (kerntemperatuur 70°C). Laat de varkenshaas voor het aansnijden 5 minuten rusten onder aluminiumfolie.
Manier 1: baking soda en vlees mengen
Dep het vlees eerst droog, anders ontstaat er een papje. Laat de baking soda vervolgens ongeveer 20 tot 30 minuten intrekken, spoel het vlees vervolgens goed af en dep daarna goed droog met keukenpapier. Hierna kun je het vlees nog marineren of meteen bakken.
Donker vlees van varken heeft de neiging een roze tint te hebben, zelfs wanneer het goed gekookt is boven de 170 graden. Maak je geen zorgen over de kleur als de temperatuur goed is.
Als je het vlees voorzichtig insnijdt, is deze een beetje wit of lichtroze van kleur. Dan is het gaar. Haal de rollade uit de pan, dek het af met wat aluminiumfolie en laat het vlees nog even rusten.
Varkensvlees heeft een mildere geur dan rundvlees. Het ruikt neutraal tot licht zoet, zonder scherpe of zure tonen. Vers varkensvlees mag nooit muf of bedorven ruiken. De geur is zo subtiel dat je je neus er vaak dichtbij moet houden om iets te ruiken.
Voor kip en vlees zoals gehakt, hamburgers en worst geldt: verhit het door en door voordat je het opeet. Daarmee voorkom je een voedselinfectie. Een uitzondering: vlees uit 1 stuk van runderen en varkens (varkenshaas, biefstuk, rosbief) kun je rosé eten. Maar ook bij dit vlees is doorbakken de meest veilige keuze.
Steek de naald van de thermometer in het gedeelte waar het meeste vlees zit met genoeg afstand van het vet of het bot. Bot wordt namelijk sneller heet, dan kan het zijn dat de thermometer de “juiste” temperatuur aangeeft terwijl het vlees niet gaar is.
De kerntemperatuur van het stuk Varkensfilet moet zijn 62 graden.
Ook het eten van vlees of vis dat aan de binnenkant niet gaar is, of rauwe schelpdieren, vergroot het risico op een voedselinfectie.
Het vlees is klaar om op te dienen wanneer het een kerntemperatuur heeft van 60 graden. Steek een vleesthermometer in het dikste gedeelte om de temperatuur te meten. Heb je geen thermometer? Houd dan een baktijd aan van ongeveer 15 minuten.
Het is erg belangrijk om varkensvlees goed te verhitten, zodat bacteriën worden gedood. Vlees uit één stuk van varken, zoals varkenshaas, kan rosé gegeten worden, omdat de meeste bacteriën altijd aan de buitenkant van het vlees zitten. Maar doorbakken blijft de meest veilige keuze.
Gaar de varkensrollade tot een kerntemperatuur van 62°C. Keer de rollade in de pan, oven of op de barbecue regelmatig om. Laat het vlees 10 minuten rusten onder aluminiumfolie voor het aansnijden.
Met behulp van een vleesthermometer is eenvoudig te controleren wanneer het vlees gaar is; de kerntemperatuur is dan ca. 70 °C.
Wil je vlees malser maken, onderschat dan de kracht van een goede marinade niet. Een marinade zorgt niet alleen voor smaak, maar zure ingrediënten in de marinade, zoals citroensap, azijn, karnemelk of yoghurt helpen bij het afbreken van de vezels in het vlees.
Tijd om te bakken
Rooster de varkenshaas ongeveer 30 minuten in de door jou voorverwarmde oven (op 180 graden). Zodra de interne kooktemperatuur ten minste 63 graden (voor roze varkenshaas) of 70 graden (voor wit ogende varkenshaas) bereikt, is het tijd om deze uit de oven te halen.
Het bindweefsel is dus van groot belang voor de sappigheid van je vlees. Bij te hoge temperaturen perst het bindweefsel het vocht uit het vlees, wat resulteert vaak in een taai stuk vlees. Bindweefsel is zachter te maken door het langere tijd op 65 tot 70°C te laten garen.
Vlees dat op kamertemperatuur, zo'n 20 ºC, is gekomen voor het gebakken wordt, is dus al een eind op weg naar de juiste temperatuur. Het zal dan gecontroleerder garen, en daardoor sappiger en malser blijven. Het temperatuurverschil met de hete pan is ook kleiner, waardoor het minder schrikt (=taai).
Verhit een koekenpan met een klontje roomboter op middelhoog vuur. Bak de filetlapjes in circa 4 minuten gaar. Keer halverwege. Bak het vlees niet te lang, want filetlapjes kunnen snel wat droog worden!
Je moet er maar één gebruiken: zuiveringszout of vleesvermalser . Meestal is het 1 theelepel zuiveringszout per 1,5 kilo vlees.