Vanggewas vernietigen vanaf 1 februari U laat uw vanggewas in ieder geval staan tot en met 31 januari. Het maakt niet uit of u het vanggewas als onderzaai of direct na de oogst heeft gezaaid. Vanaf 1 februari mag u het vernietigen. Heeft u gekozen voor een vanggewas als hoofdteelt, dan mag u het niet vernietigen.
Een vanggewas moet tot 1 februari blijven staan. Vanaf die dag mag u het vernietigen. Dit geldt niet voor de winterteelt, omdat veel winterteelten een bepaalde oogstperiode hebben.
Een tijdig gezaaid en goed geteeld vanggewas na snijmaïs kan 35 tot 50 kilo N per hectare vastleggen. Onderzoek wijst uit dat het vanggewas het beste ondergewerkt kan worden tussen 1 februari en half maart, mits de bodem goed berijdbaar is. Het vrijkomen van stikstof van ondergewerkt vanggewas duurt zo'n 3 maanden.
Geschikte vanggewassen hiervoor zijn Italiaans of Engels raaigras. In dit systeem is een aangepaste onkruidbestrijding noodzakelijk en is er altijd sprake van een compromis tussen een geslaagde onkruidbestrijding en een geslaagde onderzaai.
Oogsten omdat het móet
Een plant die stikstof opneemt en voorkomt dat meststoffen in de bodem verdwijnen. Daarom moet de mais vóór 1 oktober geoogst zijn.
Hiervoor heeft de overheid beleid ingesteld, waarbij boeren op vaste data moeten oogsten, zoals 1 oktober geldt voor aardappelen. Na deze datum moet er namelijk een 'vanggewas' worden ingezaaid, zoals gras of wintertarwe. Dat houdt stikstof vast, zodat het niet in de bodem en het grondwater terechtkomt.
Vroeg mais zaaien en een vroeg ras gebruiken kan een mogelijkheid zijn om het vanggewas in september, uiterlijk 1 oktober (na de maisoogst) te zaaien. De garantie dat hakselen voor die datum lukt is nooit te geven.
Het vanggewas na de hoofdteelt zorgt ervoor dat er stikstof uit de bodem wordt getrokken, daarmee spoelt het niet uit in het grondwater. Hoe eerder een vanggewas wordt ingezaaid, hoe beter het zijn werk kan doen. Voor de waterkwaliteit is om die reden 1 oktober als uiterste datum voor het inzaaien ingesteld.
Een prijsindicatie voor gemiddelde snijmais op stam is dit jaar € 2.400 per hectare. Dat is bij een opbrengst van 40 tot 45 ton per hectare. Daarmee ligt de prijs rond het niveau van vorig jaar, maar is veel meer geld dan de jaren ervoor.
De basismaatregel houdt in dat u na een hoofdteelt die uiterlijk 31 augustus wordt geoogst, uiterlijk 15 september een vanggewas moet inzaaien, tenzij er een nateelt wordt ingezaaid. De inzaaidatum van de nateelt is niet bepaald.
Lege plekken in je tuin of moestuin kun je in het najaar inzaaien met een groenbemester. Deze planten verbeteren de bodem en houden de voedingsstoffen vast tijdens de winter. Zaai ze in de nazomer in, en na het omspitten in het voorjaar komen de voedingsstoffen weer vrij in de bodem.
Stimuleringsregeling vanggewas
Het telen van een vanggewas hoeft niet wanneer er een winterteelt geteeld wordt. Wordt er géén winterteelt geteeld en er wordt ook géén vanggewas gezaaid of te laat, dan volgt er een korting op de stikstofgebruiksnorm in het volgende jaar.
Maisteelt op zand- en lössgrond heeft een groot risico voor uitspoeling, vooral voor stikstof. Er blijft veel stikstof in de bodem achter, wat nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Na de oogst van mais op zand- en lössgrond moet u een vanggewas telen. Dit is om stikstofuitspoeling te voorkomen.
De oogstperiode van suikermais is meestal tussen begin augustus en eind september/begin oktober. Dit hangt sterk af van het ras dat je kiest, de zaaitijd en de externe factoren (zon, voeding, vocht). De meeste maisplanten zullen één tot twee maiskolven opleveren.
Wintertarwe is het vanggewas bij uitstek na mais op zowel klei als zand, en geldt tevens als een volwaardige hoofdteelt in het groeiseizoen erna.
De prijs voor snijmais is bepaald op 2.000 euro per hectare.
Planten. Zoals hierboven al even aangestipt houd je bij het uitplanten een plantafstand aan van 75 x 20 cm. Mais is een windbestuiver; daarom is het slim om de planten in een blokpatroon te planten; plant of zaai de planten niet in één rij, want dat verkleint de kans op goed gevulde kolven en bestuiving.
Vaak gebeurt dat in het voorjaar en afhankelijk van het aardappelras is bepaald hoe lang deze onder de grond blijven. Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is.
Rabarber oogsten
Oogsten kan vanaf april tot de langste dag (21 juni). Vanaf dan keert het oxaalzuur stilaan terug vanuit de bladeren naar de stelen en is het niet meer aan te raden om ze nog te oogsten. De bladstelen moet je afdraaien of uittrekken en zeker niet afsnijden.
Omdat in september normaal gesproken de omstandigheden tijdens de oogst van de maïs beter zijn dan in oktober, bestaat er minder kans op structuurschade.
Als je twijfelt over de rijpheid van de mais, kan je altijd even spieken door de bladeren aan de kant te duwen (niet eraf trekken!) terwijl je de kolf aan de plant vast laat zitten. Witte maiskorrels wijzen op een onrijpe kolf, (licht)geel betekent klaar om geoogst te worden en oranje betekent te rijp.
Doordat onrijpe mais veel minder geschikt als veevoer, moeten boeren extra krachtvoer kopen, wat hen op kosten jaagt. De koeien en varkens verteren onrijpe mais veel slechter, waardoor er meer methaan en ammoniak in de mest zit en dat is weer slecht voor het milieu.