3. Pannenkoeken vallen uit elkaar bij het bakken. Dit gebeurt vaak als je ei vervangt door iets anders. Ei is moeilijk te vervangen; het zorgt er niet alleen voor dat je pannenkoeken lekker luchtig worden, maar ook dat ze goed van structuur zijn.
Met te dik beslag kun je geen dunne pannenkoeken bakken. Te dun beslag en de pannenkoeken zullen scheuren tijdens het omdraaien of niet stevig genoeg zijn om andere ingrediënten vast te houden. Elke soort bloem is anders. Het kan dat je meer of minder melk nodig hebt om een mooi vloeibaar beslag te krijgen.
4) Mijn pannenkoeken verbranden snel. Wat kan ik daar aan doen? Waarschijnlijk bak je de pannenkoeken in boter. Je kunt ook pannenkoeken bakken in zonnebloemolie.
Pannenkoeken. Je pannenkoekenbeslag een uurtje laten rusten loont, want ze worden er gladder van en de belletjes verdwijnen.
De klassieke verhouding voor pannenkoekenbeslag is, 500 ml melk, 250 gram bloem, 2-3 eieren en een snufje zout. Oftewel de volgende verhouding: 2 delen melk, 1 deel bloem en 0,5 deel eieren plus een beetje zout.
Eerste hulp bij plakkende pannenkoeken
Voeg een scheutje olie of gesmolten boter toe aan het beslag. Zorg dat je pannenkoekenpan niet te heet of te koud is. Laat hem rustig warm worden en doe dan pas het beslag erin. De pan moet overal zo heet zijn, dat het beslag onmiddellijk aanbakt.
Doe je het eerder, dan kan je pannenkoek scheuren. Merk je dat je de pannenkoeken wel héél snel moet omdraaien zodat ze niet verbranden, dan staat je vuur te hoog. Zet het dan iets lager, zodat de pannenkoeken ook vanbinnen gaar kunnen worden.”
Je beslag moet mooi kunnen vloeien om de bodem van je pan te bedekken. Is het te dun, dan gaat dit te snel en wordt de pannenkoek al bruin bij het verdelen van het beslag. Te dik beslag gaart niet zo goed; de bodem wordt te bruin, terwijl de bovenkant niet droog wil worden (zodat je het niet kunt draaien).
Uit ervaring (zelfs met verschillende pannen) is middelhoog vuur voor als je de buitenkant van je pannenkoeken een beetje knapperig wilt, terwijl de binnenkant luchtig is; middellaag is voor als je wilt dat de pannenkoeken gewoon helemaal luchtig zijn (wat ik prefereer).
Bij te veel water verkleuren de blaadjes meestal voordat ze af vallen. Bij te weinig water heb je ook nog kans dat de blaadjes bruin worden. In de winter heb ik altijd een periode waarbij er best wat blad van mijn Pannenkoekenplanten valt. Dat komt omdat er in de winter veel minder daglicht is dan in de zomer.
Zelfrijzende bloem is ideaal voor snel en makkelijk luchtige pannenkoeken, terwijl tarwe-, spelt-, boekweit- of speciale bloemmixen zoals amandel- of kokosbloem je de mogelijkheid geven om te variëren met smaak en structuur.
Maar wat de meesten wel weten, is dat er op twee februari wordt gesmuld van lekkere pannenkoeken. Een eeuwenoud gezegde luidt immers: "Op twee februari is geen vrouwtje zo arm, of ze maakt haar pannetje warm". Door pannenkoeken te bakken werd vroeger de overschot van de bloem opgemaakt voor de nieuwe oogst.
Dat is zeer duidelijk. Maar ook mensen met een schaaldierenallergie hebben risico op een ernstige allergische reactie na het eten van pannenkoeken. Dit blijkt te worden veroorzaakt door de aanwezigheid van mijten in het meel. Dit wordt “Oraal Mijten Anafylaxie (OMA)” genoemd, ook wel het “pancake syndrome”.
De juiste pan voor het bakken van pannenkoeken
Voor een goede pannenkoek heb je een platte koekenpan nodig. Dit kan met de laagste koekenpan die je in huis hebt. Eet je vaker een pannenkoek dan raden we een pannenkoekenpan aan. Een pannenkoekpan heeft een extra lage rand.
Waarschijnlijk bak je de pannenkoeken in boter. Je kunt ook pannenkoeken bakken in zonnebloemolie. Dit geeft de pannenkoeken een prachtige kleur. Bak je liever in boter, zet dan de warmtebron lager.
De juiste dikte van het beslag
Pannenkoekenbeslag moet dun genoeg zijn om makkelijk uit te lopen in de pan, maar niet te vloeibaar.
Pannenkoeken bak je best in een gietijzeren bakpan of een pan met antikleeflaag.
Deze kamerplant groeit voornamelijk in de hoogte en breedte met zijn ronde bladeren. Als er een blad geel of bruin wordt, kun je dit gewoon afknippen. Dit helpt om de plant mooi en gezond te houden. Knip het vergeelde of bruine blad dicht bij de basis van de stengel af.
Over het algemeen geldt: Je pannenkoekenbeslag een uurtje laten rusten loont, want ze worden er gladder van en de belletjes verdwijnen.
De reden waarom de eerste pannenkoek mislukt, is eigenlijk heel logisch: wanneer je wilt beginnen te bakken, is je pannenkoekenpan meestal nog niet heet genoeg. En da's net heel belangrijk om het beslag niet aan de pan te laten plakken.
Om te voorkomen dat je pannenkoeken aan de pan blijven plakken, kun je beetje olie of gesmolten boter aan het beslag toevoegen. In plaats van tarwe kun je natuurlijk ook speltmeel, havermoutmeel, amandelmeel of boekweitmeel gebruiken. Ook lekker: pannenkoeken met een vleugje citroen, vanille of kaneel.
Ze rijzen dan in de pan, en worden hierdoor luchtiger en dikker. Dan is het beslag niet luchtig genoeg. Die gaatjes in de pannekoek zijn luchtbelletjes die gesprongen zijn. Dat zorgt er ook voor dat de pannenkoek niet te stijf wordt.