Klachten die kunnen wijzen op darmkanker zijn bijvoorbeeld bloed in de ontlasting, buikklachten of plotseling gewichtsverlies. Met darmkanker wordt meestal een kwaadaardige tumor in de dikke darm bedoeld. Er bestaan nog meer vormen van darmkanker, zoals kanker in de endeldarm of dunne darm.
90 procent van de mensen die aan kanker sterven, overlijdt niet aan de primaire tumor maar aan de uitzaaiingen – ook wel metastasen genoemd. Tumoren die groter worden dan 2 à 3 millimeter moeten bloedvaten aantrekken om verder te groeien, waardoor ze tegelijk kunnen uitzaaien.
Darmkanker-cellen kunnen via de bloedvaten en lymfevaten naar andere organen gaan. Dit zijn uitzaaiingen. De cellen gaan het vaakst naar de lever, de longen en het buikvlies. Soms zijn er ook uitzaaiingen naar bijvoorbeeld de nieren, bijnieren, eierstokken, botten of hersenen.
De gemiddelde overleving van alle patiënten met een uitzaaiing was 22,5 maanden vanaf diagnose van de uitzaaiing. De driejaarsoverleving van patiënten met een longuitzaaiing was het grootst: 61,5%. Bij leveruitzaaiingen was drie jaar na diagnose nog 50 procent in leven.
In het geval van uitgezaaide darmkanker bij diagnose, komen de uitzaaiingen het vaakst voor in de lever, zowel bij dikkedarmkanker (71%) als bij endeldarmkanker (76%). Bij dikkedarmkanker komen uitzaaiingen daarna voornamelijk voor op het buikvlies (34%), in de longen (23%) en in de lymfeklieren op afstand (21%).
Klachten die kunnen wijzen op darmkanker zijn bijvoorbeeld bloed in de ontlasting, buikklachten of plotseling gewichtsverlies. Met darmkanker wordt meestal een kwaadaardige tumor in de dikke darm bedoeld. Er bestaan nog meer vormen van darmkanker, zoals kanker in de endeldarm of dunne darm.
Stadia bij diagnose
Stadium I: tumor zit alleen in de darmwand. Stadium II: tumor is door de spierlaag van de darmwand gegroeid, maar niet uitgezaaid. Stadium III: Tumor is uitgezaaid naar de lymfeklieren. Stadium IV: Tumor is uitgezaaid naar delen verder in het lichaam.
Van alle mensen met dikkedarm- en endeldarmkanker is na 5 jaar nog 69% in leven. De 10-jaarsoverleving is 64%.
Het artikel bespreekt de alarmsignalen van darmkanker, zoals bloedverlies, aanhoudende buikpijn, veranderingen in stoelgangpatroon, onverklaarbaar gewichtsverlies en chronische vermoeidheid. Het benadrukt het belang van vroege herkenning van deze symptomen om een tijdige behandeling mogelijk te maken.
Meer dan 50% van patiënten met kanker in de palliatieve fase heeft symptomen als vermoeidheid, pijn, slapeloosheid, misselijkheid en gebrek aan eetlust. In de terminale fase komen vermoeidheid, zwakte, gewichtsverlies, sufheid en verwardheid (nog vaker) voor.
De stervensfase omvat de laatste dagen (tot zeven dagen) van het leven. In de stervensfase vinden lichamelijke en geestelijke veranderingen plaats die wijzen op het naderend sterven. Niet alle veranderingen zien we bij iedere stervende. Ook de volgorde waarin ze verschijnen verschilt.
De pijn bij darmkanker kan op verschillende plekken zitten:
Bij dikkedarmkanker zit de pijn in de onderkant van je buik. Of aan de linkerkant of rechterkant van je buik. Het kan voelen als kramp of een opgeblazen gevoel. Bij endeldarmkanker zit de pijn wat lager.
In gemiddeld twee tot drie dagen nemen hun krachten af, worden ze suffer en slapen ze meer, tot de slaap overgaat in de dood. Maar helaas gaat het niet altijd zo. Patiënten met kanker bijvoorbeeld hebben vaak pijn. Al vóór de stervensfase is dan gestart met pijnstilling in de vorm van morfine of verwante middelen.
Het grootste risico op kanker komt door roken en meeroken. Tabaksproducten en de tabaksrook bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het DNA in de cellen. Fouten in het DNA kunnen ertoe leiden dat een cel ontspoort en dat er kanker ontstaat.
Veranderende ontlasting kan door darmkanker komen. Bijvoorbeeld vaker of minder vaak naar de wc moeten dan normaal. Of de ene keer diarree, daarna verstopping en dan weer diarree. Ook als je ontlasting er anders uitziet dan je gewend bent, kan dit door darmkanker komen.
Darmkanker-cellen kunnen via de bloedvaten of lymfevaten naar andere delen van het lichaam gaan. Dit zijn uitzaaiingen. Uitzaaiingen zitten het vaakst in de lever, longen en het buikvlies. Soms zijn er uitzaaiingen naar bijvoorbeeld de nieren, bijnieren, eierstokken, botten of hersenen.
Bij darmkanker kunt u een of meerder van de volgende klachten hebben: Veranderingen in het ontlastingpatroon, bijvoorbeeld verstopping of afwisselend verstopping en diarree. Bloed of slijm bij de ontlasting. Vermoeidheid en duizeligheid.
Behandeling van stadium 4 darmkanker
Welke behandeling mogelijk is, ligt aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en waar ze in het lichaam zitten. Je arts bespreekt dit met je. Mogelijke behandelingen bij uitgezaaide darmkanker zijn: operatie van de uitzaaiing bij één of enkele uitzaaiingen in de lever of in de longen.
De grootste risicofactoren voor darmkanker die u kunt beïnvloeden zijn overgewicht, te weinig bewegen, roken en alcohol drinken. U kunt uw risico op darmkanker dus verkleinen met een gezonde leefstijl. Er zijn ook risicofactoren waarop u geen invloed heeft, zoals ouder worden, erfelijkheid en darmontstekingen.
Ongeveer 60% van alle mensen met darmkanker overleeft de ziekte. Als de kanker is uitgezaaid in andere organen, is de prognose minder goed. Als de uitzaaiingen operatief verwijderd kunnen worden of met andere technieken kunnen worden behandeld, overleeft 40 procent van de mensen de eerste vijf jaar.
Een beetje slijm bij de ontlasting is normaal en helpt om de ontlasting makkelijk en snel door de darm te vervoeren. Bij Prikkelbare darmsyndroom wordt regelmatig wat meer slijm geproduceerd. Een overdaad aan slijm of slijm met bloed, kan duiden op een ontsteking. Ga dan altijd naar uw huisarts.
Kanker geeft niet altijd meteen klachten. Klachten ontstaan vaak pas als de tumor groter wordt of doorgroeit in het lichaam. Of als er uitzaaiingen zijn. Soms kun je kanker wel herkennen.