jute bewaarzakken zijn ideaal om aardappelen, groente en fruit in te bewaren om het langer vers te houden. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende maten, dus handig voor elk huishouden en diverse toepassingen. De jute bewaarzaak is stevig en ademend vanwege het grove weefsel.
Aardappelen in de zak bewaren
Aardappelen moeten namelijk kunnen ademen. Als de aardappel niet kan ademen wordt hij vochtig en kan hij gaan rotten. In een jutezak krijgen de aardappelen genoeg lucht om te kunnen ademen. Daarnaast is de jutezak donker, dit zorgt ervoor dat de aardappel ook niet zoveel licht vangt.
Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand. Schud ze af en toe om. Bewaar aardappelen nooit in de koelkast.
Bewaar aardappels in een niet te droge of te vochtige omgeving: door droogte gaan de aardappelen rimpelen, door vocht krijgen ze uitlopers en schimmel. De beste bewaartemperatuur is tussen 5 en 10 °C. Bewaar de aardappel in de zak, dat helpt vochtverlies te voorkomen.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Houten boxen waarin je behandelde aardappelen bewaarde gooi je dus beter weg. Professioneel is er al geëxperimenteerd met alternatieven zoals muntolie en ethyleen. Die zijn niet voor de particulier beschikbaar. De boer en handelaar bewaren aardappelen vooral koel, luchtig en donker, en dat doe je best ook.
Om uitlopers zo lang mogelijk te voorkomen kun je ze best op een koele, donkere en droge plaats bewaren.
Traditioneel werden aardappelen als wintervoorraad in een bult (kuil) opgeslagen op het land. De aardappels werden met riet of stro en aarde afgedekt. Ook aardappelkelders waren in gebruik. Later kwamen er speciale aardappelschuren met klimaatcontrole.
Wat is chloorprofam? Chloorprofam (ook wel CIPC genoemd) kan voor twee doeleinden worden gebruikt. Het belangrijkste gebruik is als kiemremmer ter voorkoming van scheutvorming bij aardappelen tijdens de bewaring.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Aardappelen bewaar je best op een koele (tussen 2 en 10°C), donkere en goed verluchte plaats. Laat de aardappelen van jouw eigen oogst eerst drogen en leg ze dan in luchtdoorlatende bakken. Controleer de eerste maanden op rotte aardappelen want die steken ook de andere aan.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
Bewaar je aardappelen op een koele, donkere en vorstvrije plek. Ideaal is een temperatuur tussen 4 en 8 °C. Zorg dat je aardappelen droog blijven. Vocht versnelt het kiemproces en kan rot veroorzaken.
Aardappels bewaren: hou ze koel en droog
Het is dus zaak om ze op een koele (tussen 4°C en 10°C) en droge plek te bewaren. Kies ook voor een donkere plaats zoals een kelder of keukenkast: op een te lichte plaats kunnen ze groen worden en de schadelijke stof solanine ontwikkelen.
Rijpe, onbeschadigde aardappelen kunnen maandenlang op de juiste plaats worden bewaard zonder uit te lopen, te verschrompelen of te beschimmelen. Ideaal is een donkere, koele opslagplaats met een hoge luchtvochtigheid. Afdekken met "kelder-vochtig" zand verlengt de bewaartijd.
Schil aardappels tot 24 uur van tevoren en bewaar in stukken afgedekt in water in de koelkast of – als het niet vriest – buiten! Kook ze voor het serveren in vers water met zout in 15-20 min. gaar. Van tevoren koken en weer opwarmen levert weinig tijdwinst op.
Kiemremmer (poeder) is sinds 2020 verboden in Europa voor zowel particulier als professioneel. Voor professionelen zijn er alternatieven door middel van gassen en foggen in geïsoleerde loodsen. Voor particulieren zijn er helaas geen middelen meer voor handen.
Poeder van zoete aardappel
Zoete-aardappelpoeder is een soort meel dat gemaakt wordt van het malen van gedroogde zoete aardappelen. Het is rijk aan vitaminen en mineralen, en heeft een groot aantal toepassingen. Zoete-aardappelpoeder kan gebruikt worden als verdikkingsmiddel, bindmiddel, of emulgator.
Na de oogst laat je de aardappels eerst drogen. Dit kan ik een losse laag ergens in een schuur doen maar je kan ze ook laten drogen in kratten met luchtgaten. Zorg dan wel dat je ze niet al te dik opstapelt zodat overal makkelijk lucht bij kan komen. Vervolgens kan je ze donker, koel en droog bewaren.
In de prehistorie leefden we als verzamelaars en aten we onze vondsten vaak zo snel mogelijk op. De enige manier die wij kenden om voedsel zoals bessen en vlees langer goed te houden, was door het te drogen in de zon en later – het moest immers eerst uitgevonden worden – boven vuur.
Geschild, en dan? Als je de aardappelen niet onmiddellijk gaat koken, bewaar je ze best in een kom met water. Als je dat niet doet, kleuren de aardappelen zwart. Maar, belangrijk detail: langs de snijvlakken verliezen de aardappelen wateroplosbare vitaminen – die je daarna dan weggiet met het kookwater.
Wanneer je ze samen bewaart, zullen de ajuinen door het vocht uit de aardappels een stuk sneller bederven. Aardappels gebruiken de lucht namelijk om te "ademen", waardoor ze die ook weer uitstoten.
Kun je die gekiemde aardappels eten? Gelukkig kun je uitgelopen aardappels nog gewoon eten, dus weggooien is niet nodig. Ze zijn als ze gekiemd zijn vaak wel wat taaier en bevatten minder vitamines. De solanine zit met name in de uitlopers, als je die ruim wegsnijdt is er niets aan de hand.
De witte stipjes heten lenticellen. Zie ze als ademhalingsporiën. Alle aardappels hebben lenticellen om de luchtuitwisseling te bevorderen, zuurstof erin, koolstofdioxide eruit, maar als ze zich ontwikkelen in grond die iets te nat blijft, zwellen de lenticellen om meer uitwisseling mogelijk te maken.
Uw aardappelen beschermen voor een zo hoog mogelijke opbrengst. Met middelen tegen herbiciden, fungiciden en insecticiden. Het is van groot belang om zo vroeg mogelijk ziektes of vijanden te identificeren. In veel gevallen is het zelf nog beter om vooraf maatregelen te nemen.