De benamingen friet en patat zijn afgeleid van de woordcombinatie patates frites; Belgisch-Frans voor 'gefrituurde aardappelen'.
De Belg zegt friet en de Nederlander patat.
Frieten zijn erg populair in België, waar ze bekend staan als frieten (in het Vlaams) of frites (in het Belgisch Frans) , en in Nederland, waar ze onder de arbeidersklasse in het noorden bekend staan als patat en in het zuiden als friet(en).
In België zelf is er geen twijfel: daar heet het gewoon “friet”. Hier wordt zelfs onderscheid gemaakt tussen “friet” en “patat”. “Friet” staat voor de gefrituurde variant, terwijl “patat” de rauwe aardappel betekent. Dat verschil zie je in Nederland niet terug, waar beide termen voor hetzelfde gerecht worden gebruikt.
Vlaamse friet
Wanneer men spreekt van Vlaamse frieten heeft men het vaak over de dikkere frieten. Het gaat hier om frieten met een dikte van minimaal 14mm. Hierdoor proeft u vaak wat meer van de aardappel. Daarnaast worden de frieten twee keer gebakken.
In Vlaanderen wordt meestal van friet, frieten, frietjes en soms ook fritten gesproken, in de drie zuidelijke provincies van Nederland en in het zuiden van Gelderland spreekt men van friet of frites, in de rest van Nederland wordt vooral het woord patat gebruikt.
5.0. (9) Belgische frietjes worden twee keer gebakken voor een zacht midden en knapperige buitenkant en worden geserveerd met een mayonaisesaus genaamd 'Andalouse' die het best kan worden omschreven als vaag vergelijkbaar met Thousand Island-dressing.
Belgische frietjes worden twee keer gebakken, zodat ze zacht vanbinnen en knapperig vanbuiten zijn. Ze worden geserveerd met een mayonaisesaus die 'Andalouse' heet. Deze saus lijkt een beetje op Thousand Island-dressing.
De Vlamingen noemen de gefrituurde aardappel altijd friet. Met patat bedoelen zij de rauwe aardappel. Ook een klap wordt soms een patat genoemd. Pas dus op als een Belg vraagt of je een patat wil!
Een friture, baraque à frites of friterie (uitgesproken als [fʁitʁi]) in Franstalig België en Noord-Frankrijk, of frituur of frietkot in Vlaanderen en Nederland, ook fritkot in Franstalig België en friture of frietkraam in Nederland, is een traditioneel restaurant, kiosk of bestelwagen die snelle service serveert ...
Voor de meeste Belgen zijn friet en mayonaise een culinair huwelijk dat in de hemel is gesloten. Maar waarom eten we onze frieten zo graag met een klodder mayonaise erop, en hebben we dat altijd al gedaan? Deze vragen stelde het consumententeam van de VRT aan Yves Segers, hoogleraar voedingsgeschiedenis aan de KU Leuven.
Dunne frietjes (steppegras) Steppegras is een variant op biefstuk-friet met als voornaamste kenmerk de grote berg dunne frietjes op het bord.
Het moet niet alleen in runderwit worden gegaard, maar ook twee opeenvolgende baden ondergaan om hemels knapperig te worden: het eerste om het te blancheren en het tweede om het te bakken. Deze dubbele bereiding is cruciaal, aangezien het de originele Belgische techniek is die zorgt voor mooie goudbruine en knapperige frietjes .
Friet of Patat: De oorsprong!
Volgens de overlevering werden aardappelen in de 17e eeuw door de inwoners van de Belgische regio Namen gefrituurd als voedselbron tijdens de strenge winters. Deze gefrituurde aardappelen werden ' friet ' genoemd, naar de Franse term 'faire', wat 'frituren' betekent.
Frietjes worden traditioneel gebakken in dierlijk vet (ossenwit en/of paardenvet). Dat zorgt voor die typische smaak en geur, maar is helaas minder gezond doordat het meer verzadigd vet bevat. Daarom worden frietjes tegenwoordig ook in plantaardige olie gebakken, of in een mengsel van de twee.
In België en in de zuidelijke delen van Nederland wordt een snackbar een friettent, frietzaak, frietkot, frietkraam, friture of frituur genoemd. Cafetaria betekent in Vlaanderen vaker kantine.
Geschiedenis. De woorden 'patat' en 'friet(en)' zijn allebei afgeleid van het Belgisch-Franse 'patates-frites'.
In België kan poep ook 'achterwerk' betekenen: 'Blijf op je poep zitten! ' In Nederland raakte poppen/poepen in de betekenis 'seks hebben' in onbruik, maar in België niet.
Het verhaal gaat dat friet oorspronkelijk een Belgische uitvinding is. Het woord patat is ontleend aan het Spaanse woord 'patata' dat weer ontstaan is uit een vermenging van batata (zoete aardappel) en papa (witte aardappel). Frites kwam vervolgens via België naar Nederland.
Moules-frites/Mosselen met friet : mosselen gekookt of gestoomd met uien en selderij, geserveerd met Belgische friet. Het recept wordt vaak het nationale gerecht van het land genoemd, maar is ook populair in de aangrenzende regio Nord in Frankrijk.
Van de heilige kip op zondag tot de rosbief bij oma: frietjes horen erbij en worden gesmaakt door klein en groot. Natuurlijk blijft dé grote klassieker waar iedereen dol op is en die terug te vinden is in zowat alle brasserieën in België, biefstuk friet met salade.
Er is geen twijfel mogelijk: de oorsprong van onze frietjes ligt in België. Volgens een verhaal van de Belgische historicus en gastronoom Jo Gerard is het allemaal begonnen in de streek rond de Maas. In het jaar 1680 hadden de arme inwoners van de Maasvallei de gewoonte om kleine visjes te vangen en die te bakken.
Steppegras is een zeer dunne friet, vandaar dat de naam afgeleid is van gras. De friet wordt als een hoopje bovenop een met steppegrassaus (een soort Provençaalse saus) overgoten stuk vlees geserveerd.
Julienne fries: dun, krokant en… iets minder onschuldig dan je denkt. Je kent ze zeker: die superfijne frietjes die je soms geserveerd krijgt bij een hamburger of in een bistro. Sommigen noemen het steppegras, in andere landen worden ze shoestring fries genoemd.