Met maïzena (of aardappelzetmeel) Dat zijn handige bindmiddelen die neutraal van smaak zijn en snel je saus dikker maken. Je maakt eerst een papje van 1 eetlepel zetmeel met 2 eetlepels koud water en dat roer je vervolgens door de warme saus. Even kort koken en je saus wordt direct dikker.
Het enige dat je hoeft te doen, is een beetje maïzena of bloem mengen met water of koude vloeistof totdat het een gladde pasta is. Voeg dit vervolgens langzaam toe aan je saus terwijl je roert. Let op, je wilt niet ineens een dikke klodder toevoegen, want dat kan klonteren veroorzaken.
Verwarm de saus terwijl de pasta kookt. Haal de pasta eruit voordat hij gaar is, giet af en voeg toe aan de saus om verder te koken . De saus zal indikken. Je kunt pastawater toevoegen als de saus te dik wordt.
Je kunt een saus makkelijk dunner maken door een scheut water, melk, bouillon of wijn toe te voegen. Het kan nodig zijn om daarna extra smaak toe te voegen. Last van klontjes? Zeef je saus of haal er een staafmixer doorheen.
Dikker maken
Het binden van een saus is heel simpel en kan door maizena en water toe te voegen of bloem en boter. Al roerend en door kleine beetjes toe te voegen ontstaat er een heerlijke zelfgemaakte gebonden saus of soep.
Binding is de kern van een goede saus en kan op verschillende manieren worden bereikt. De bekendste methode is met zetmeel, zoals roux, maïzena of aardappelzetmeel. Zetmeel bindt door verhitting en geeft een stevige structuur aan je saus.
Is je saus nog te waterig en heb je geen maizena, bloem of gepureerde groenten? Geef je saus dan gewoon wat extra body: voeg extra room, kaas, notenpasta of koude boter toe. voeg ingrediënten toe die vocht opnemen (bijvoorbeeld) aardappels, rijst of gedroogde bonen)
Je moet de saus indikken . Je kunt hem nog wat verder inkoken met het deksel eraf, eerst wat tomatenpuree bakken en de tomaten laten uitlekken voordat je ze aan de saus toevoegt (vooral als je geen tijd hebt om de saus veel in te koken).
Je kunt sauzen indikken met allerlei bindmiddelen zoals maïzena maar de beste manier om een saus te laten indikken is door ze gewoon te laten inkoken. Laat ze wat langer pruttelen op het vuur zodat het vocht verdampt en de saus vanzelf dikker wordt.
Maar hoe maak je je tomatensaus nog lekkerder en smaakvoller? Voeg wat geraspte groenten en een blik bouillon toe : wortels, pastinaken, courgettes en flespompoen zijn allemaal prima. Omdat ze geraspt zijn, zijn ze ideaal voor kieskeurige eters – je kunt de saus zelfs pureren, zodat ze niet meer te zien zijn!
Appelazijn, olijven of citroensap kunnen je saus een lekkere zure toets geven. Wil je eerder een subtiel zuurtje? Gebruik dan enkel wat zeste van een citroen in plaats van het sap. Voeg de zeste pas op het einde toe om zoveel mogelijk van de frisse smaak te behouden.
Pas als het water begint te pruttelen, is het tijd om je pasta toe te voegen aan de pot. In koud water gaat pasta gewoon water opzuigen, maar jammer genoeg niet verder garen. Het resultaat van pasta koken in koud water is daardoor een te slappe pasta.
Met wat geluk preciseert het recept dat je de saus tot de helft moet laten inkoken. Wanneer de helft van de vloeistof verdampt is, weet je dat de saus voldoende is ingekookt. Bij een doorsnee recept (een hoeveelheid voor 4 personen) duurt dat 15 à 20 minuten. Vaker nog staat er helemaal geen aanwijzing bij.
Je kunt op dezelfde manier een saus of soep dikker maken met een papje van water en bloem. Klop hiervoor de bloem door wat koud water tot je geen klontjes meer ziet. Zie je toch klontjes zitten, hoe hard je ook klopt? Giet het papje dan door een fijne zeef voor je het aan de saus toevoegt.
Tomatensaus lang laten koken
Het lijkt zo idyllisch: een grote pan vol tomatensaus die uren op je fornuis staat te pruttelen. Toch verpest je de meeste tomatensauzen zodra je ze langer dan 15 minuten laat borrelen. De smaak van de tomaten vliegt dan volledig uit de saus en er blijft een zurige, rode saus over.
Een waterige lasagne komt vaak door te natte saus of onuitgelekte ingrediënten (zoals spinazie of ricotta). Zorg ervoor dat je saus goed is ingekookt en niet te dun is. Laat ingrediënten met veel vocht, zoals groenten of ricotta, eerst goed uitlekken of bak ze even aan.
Bloem heeft een hoger eiwitgehalte dan maizena. Hierdoor kan het meer binden en dikker worden. Daarnaast kun je het vervangen door aardappelzetmeel of tapiocazetmeel.
Bolognese is een saus met pancetta, gehakt, tomaten en veel smaakmakers zoals ui, knoflook, wortel, bleekselderij, laurierblad, zout, peper en eventueel een scheut rode wijn. Veel Italiaanse families maken ragù op een eigen manier. Soms met een andere vleessoort, met toevoeging van paddenstoelen of zonder de tomaten.
Warm kliekjes liever niet voor een tweede keer op. Je hebt dan meerdere keren dat het eten op kamertemperatuur komt. Dan kunnen bacteriën uitgroeien.
Doe wat saus op de pasta en gebruik het pastawater om de saus te verdunnen als dat nodig is!
Als je de pasta mengt met je saus kunnen enkele eetlepels pastawater ervoor zorgen dat de saus goed aan de pasta blijft plakken en zal je saus een mooie, romige textuur krijgen.
Laat de bolognesesaus koken, doe de deksel op de pan en zet het vuur laag. De bolognesesaus laat je nu ca. 3 uur rustig pruttelen. Kijk af en toe tussendoor, roer de saus even door en als hij te droog begint te worden voeg je een beetje extra bouillon of water toe. Breng de saus na 3 uur op smaak met peper en zout.
Het reduceren of inkoken van een saus zorgt ervoor dat water verdampt en de smaak concentreert. De gelatine in een fond of glace, of eigenlijk de eiwitten in de gelatine, zorgen voor een mooie samenhang. De boter die dan nog wordt toegevoegd geeft extra binding, maar vooral smaak en karakter.
Tip 3: Dikkere saus
Bind dan je stoofpot. Dit kan met zetmeel, zoals bloem, maïzena aardappelmeel en allesbinder. Ook een stuk brood of plak ontbijtkoek werkt goed.
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom je saus niet de juiste dikte krijgt: Je gebruikte te weinig roux (de combinatie van boter en bloem die je saus bindt) Je voegde te veel bouillon of melk toe. Je saus kookte te kort of op te laag vuur.