Gewenste bewaartemperatuur. De gewenste bewaartemperatuur van pootaardappelen is als regel 3 à 4 °C. Rassen met een erg lange kiemrust zoals Agria kunnen beter bij 5 °C worden bewaard.
Als moestuinier is het dus goed mogelijk om je eigen pootaardappels te bewaren voor volgend jaar, mits je voldoende ruimte hebt om de aardappeltjes te bewaren. Pootaardappeltjes moeten namelijk koel bewaard worden. Niet een beetje koel in de schuur maar echt fris in de koeling.
Laat je aardappelen na de oogst drogen op een luchtige, droge en donkere plaats. Leg ze in bakken die de lucht doorlaten. Zakken zijn goed om aardappelen te vervoeren, maar minder goed om ze in te bewaren. Controleer de eerste maand een paar keer op de aanwezigheid van rotte knollen, want die steken de rest ook aan.
Bewaar de pootaardappelen na ontvangst in kistjes op een koele, niet donkere, vorst vrije plaats.
Het voorkiemen duurt meestal 4 à 6 weken.
Om het voorkiemen te vergemakkelijken, kunnen de aardappelen naast elkaar worden gelegd in kistjes of eierdoosjes. Plaats de doosjes op een plek met veel licht, maar vermijd direct zonlicht. Een temperatuur van een ongeveer 10° C is ideaal.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Om te voorkomen dat uw aardappel scheuten krijgt luidt ons advies om de aardappelen altijd op een koele en donkere plek te bewaren, zoals een schuur of kelder. Denk bij de aankoop van aardappelen ook altijd vooruit naar wat u gaat maken in de toekomst.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Om een mooie aardappelplant te bekomen, zet je een aardappel met uitlopers in de grond. Die uitlopers worden het begin van je nieuwe plant. Wanneer je de uitgelopen aardappel met aarde bedekt en water geeft, groeit hij vanzelf naar het licht.
Aardappelen bewaar je best op een koele (tussen 2 en 10°C), donkere en goed verluchte plaats. Laat de aardappelen van jouw eigen oogst eerst drogen en leg ze dan in luchtdoorlatende bakken. Controleer de eerste maanden op rotte aardappelen want die steken ook de andere aan.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
Na 15 maart poot je de aardappels in je bak, mits de temperatuur boven de 8°C is. (Dat kan ook als je ze niet voor-gekiemd hebt, maar dan duurt het wat langer voor ze opkomen.) Maak de mix in een vak midden in de bak los en poot als volgt: maak 2 diepe gaten in het vak - liefst tot op de bodem.
De bodem in het noorden van Nederland is bijzonder geschikt voor het verbouwen van pootaardappelen. Boeren kopen deze van de producenten om aardappelen voor consumptie te telen. Zowel producenten als boeren zouden graag de kiemkracht, de vitaliteit, van de pootaardappelen willen weten voordat ze geplant worden.
Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand. Schud ze af en toe om. Bewaar aardappelen nooit in de koelkast.
Je kunt de aardappels ook in de grond laten zitten, ondergronds blijven ze namelijk best goed.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Voor een goede bewaring is het belangrijk dat de aardappelen goed drogen en er een goede wondheling plaatsvindt. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht, dus houd in het begin de temperatuur relatief hoog (gemiddeld 13,5 °C).
Hoe kan je voorkomen dat een aardappel begint te kiemen? Dat kun je voorkomen door de aardappelen in het donker en op een koele plaats te bewaren en er een appel tussen te leggen. Haal de aardappelen uit de plasticverpakking en leg ze open in een kratje van hout of karton.
Hoeveel aardappelen mag je verwachten? Wel, vroege rassen brengen ongeveer 1 kilo aardappelen per plant op. Late rassen doen het met 1,5 tot 2 kg per plant meestal nog net iets beter. Vroege rassen oogst je van juni tot augustus.
Om de aardappelen (deels) kiemvrij te houden, kan je tijdens het groeiseizoen maleïnehydrazide of MH (Fazor, Itcan, Crown, Himalaya, Magna) toepassen. Zo komen de aardappelen na de oogst minder kiemlustig de schuur in.
Uitlopers (of scheuten) ontstaan wanneer je een aardappel te lang of te warm bewaart. Als je aardappel uitlopers heeft, hoef je die niet meteen weg te gooien. Het is voldoende om de uitlopers te verwijderen en de ogen rond de uitlopers weg te snijden.
Versterk jouw planten door om de paar weken met basalt- of lavameel te stuiven of door heermoesaftreksel te spuiten. Zorg voor ruime plantafstanden, zo kan het loof tijdig opdrogen. Geef jouw aardappelen en tomaten niet te veel stikstof, want dat geeft veel en gevoelig blad. Kweek verschillende rassen (naast mekaar).
Kiemremmer chloorprofam verboden vanaf 1 januari 2020. De Europese Commissie heeft beslist om het gebruik van kiemremmer en herbicide chloorprofam vanaf 1 januari 2020 niet langer toe te laten.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.