Wanneer gebruik je welke oven(stand)? Een heteluchtoven is juist beter voor krokante gerechten en wanneer je wil bakken op meerdere lagen. Pas de temperatuur aan (verlaag met 10-20°C) wanneer je van onder- en bovenwarmte overschakelt naar hete lucht.
Het symbool met enkel een volledige streep bovenaan de oven is de bovenwarmte stand. Hierbij worden enkel de bovenste verwarmingselementen van de oven ingeschakeld. Deze functie is ideaal voor gerechten die een krokante korst of topping nodig hebben, zoals gegratineerde gerechten en lasagne.
Grill met onderwarmte symbool
Deze stand is ideaal voor een knapperige bodem en een zacht gegrilde bovenkant, zoals bij taarten, quiches en pizza's. Let op een gekartelde lijn aan de bovenkant en een rechte lijn aan de onderkant.
Wat is de ideale temperatuur om te gratineren? Verwarm je oven voor op 200 °C, want de temperatuur moet hoog genoeg zijn. Als dat niet het geval is, zal je bereiding wel garen, maar geen aantrekkelijk kleurtje krijgen. Zorg ook dat de oventemperatuur constant blijft.
Circulatiegrillen. Wanneer je kiest voor de circulatiegrill stand schakelt je oven afwisselend de grill en ventilator in. Op deze manier blaast de oven om de zoveel tijd hete lucht rond je gerecht. Je vergelijkt het met het bereiden van een stuk vlees aan een draaispit.
Het is vooral een kwestie om je oven een beetje te leren kennen en wat in de buurt te blijven. Daarnaast hangt het ook af van het type gerecht: voor een gebak dat moet rijzen in de oven (cake, biscuit, brood…) gebruik je best boven- en onderwarmte, omdat het gebak dan gelijkmatiger rijst en minder uitdroogt.
Verwarm de oven voor op 175 °C.
Grillstand. Het ovensymbool met de tandjes aan de bovenkant staat voor de grillstand. Deze stand gebruik je bij het gratineren van een gerecht, of om ingrediënten onder hoge hitte te garen. Let wel op dat je eten niet verbrandt!
Bakken met boven- en onderwarmte
Deze stand is ideaal voor het bereiden van ovenschotels, taarten en vlees. Ook brood bakken kan uitstekend met deze stand. Boven- en onderwarmte is sowieso handig voor alle deegwaren die rijzen. Gebruik wel maar één bakplaat of rooster, want een extra bakplaat blokkeert de warmte.
Taart, cake, quiches en koekjes bak je over het algemeen het beste op middelmatige temperaturen (160-180°C). Hoge temperaturen (200-250°C) zorgen voor een krokante korst en zijn daardoor perfect voor het bakken van pizza, brood of chocolate chip cookies.
Als je de stand circulatiegrillen aanzet, gebruikt je oven afwisselend de grill en de ventilator. Ideaal voor een ovenschotel die gaar moet worden, waarbij die ook nog eens 'n knapperig korstje krijgt.
Bak een ovenschotel altijd in het midden van de oven op de normale ovenstand (boven- en onderwarmte) op 200 graden. Heb je alleen een heteluchtoven, dan zet je de temperatuur op 180 graden.
Als we 200 °C vermelden, kun je dus de heteluchtoven op 180 °C zetten. Het verschil komt door de manier van verwarmen. Bij een heteluchtoven blaast een ventilator hete lucht de oven rond. Hierdoor is de temperatuur in de oven overal gelijk.
Hetelucht. Op de hetelucht stand wordt de warmte gelijkmatig door de hele oven verspreid door middel van een ventilator in de oven. Hierdoor kun je sneller én op meerdere inschuifhoogtes tegelijkertijd bakken. De heteluchtstand is minder geschikt voor baksels die moeten rijzen.
Waarom is mijn gratin waterig? Bij een waterige gratin zit er te veel vocht in de pan. Gebruik vastkokende aardappelen, deze verliezen minder vocht. Was je aardappelen niet van te voren (het zetmeel bindt de saus!), gebruik een dikke room van minimaal 30% en bak de gratin niet te kort.
Wil je de aardappelgratin opwarmen? Dat kun je het beste doen in de oven. Verwarm de oven voor op 180 ºC, dek de aardappelgratin af met aluminiumfolie en warm in ca. 20 minuten op.
Wil je een ovenschotel afwerken met een lichte korst, dan kun je kiezen voor vers gemalen broodkruim, paneermeel of panko (dat is Japans paneermeel). Bestrooi de ovenschotel rijkelijk met het broodkruim en werk af met enkele vlokjes boter.
Een van de makkelijkste manieren om ingrediënten een krokant korstje te geven is paneren. Standaard paneren doe je door bijvoorbeeld vlees, vis of groente eerst te bestuiven met bloem, het door een losgeklopt ei of een beslagje te halen en dan te wentelen door paneermeel.
Gratineren kan je doen met hartige én zoete gerechten. Je bestrooit het gerecht met paneermeel, broodkruim of geraspte kaas. Daarna zet je het onder de grill of in een hete oven (boven 200°C) tot er een mooi bruin korstje ontstaat of de kaas smelt.
Verwarm de oven op 180 graden en plaats de aardappelen 25 minuten in de oven. Voor de meeste aardappelen zal dit genoeg zijn, maar bij zeer vastkokende aardappelen als nicola is meestal 35 minuten nodig. U kunt tussendoor makkelijk kijken of de aardappelen goed is door in de aardappelen te prikken met een vork.