Een synoniem of evenwoord van een bepaald woord in een taal is een ander woord in dezelfde taal met min of meer dezelfde betekenis. Dit verschijnsel wordt synonymie genoemd. Voorbeelden van (gedeeltelijke) synoniemen in het Nederlands zijn: portemonnee – beurs.
Woorden noemen we synoniem als ze (ongeveer) hetzelfde betekenen. Een synoniem noemen we ook wel evenwoord, grappig genoeg dus ook een synoniem van het woord synoniem!
belang, aanzien, zin, relevantie, inhoud, waarde, strekking, gewicht, zwaarte, significantie, draagwijdte, belangrijkheid, significatie, bruikbaarheid, importantie, gewichtigheid, portee. betekenis (zn) : doel, bedoeling.
voorbeeld (zn) : proef, monster, staal, illustratie, prototype, proefstuk, staaltje. voorbeeld (zn) : model, ideaal, toonbeeld, paradigma, exempel.
De Ander (Engels: other) is een andere persoon dan de denker of spreker zelf. Op deze manier worden 'de Ander' en 'het Zelf' gedefinieerd in relatie tot elkaar.
Omdat, doordat, daarom, daardoor
Er zijn meer woorden waarmee je een reden of oorzaak in een zin kunt aangeven.
Het woord toilet is afkomstig van het Franse toilette: “doekje”. Het gedeeltelijke synoniem wc is de afkorting van het Engelse water closet, wat letterlijk "waterkast" betekent.
Een voorbeeld is een exemplaar van een type object of een verbeelding van een concept, dat voor de verzameling objecten of het concept zelf in de plaats treedt om een abstract idee toe te lichten met een concrete voorstelling. Een tegenvoorbeeld illustreert de ontkenning van het idee.
Überhaupt heeft een nogal vage betekenis: 'helemaal, eigenlijk, alles samen, in het geheel, in het algemeen, in elk geval, toch al, hoe dan ook'.
Mamihlapinatapai. Mamihlapinatapai (ook wel gespeld als mamihlapinatapei) is een woord dat afkomstig is uit het Yaghan, een taal die gesproken werd op Vuurland. Het wordt beschouwd als een van de moeilijkste woorden om te vertalen.
[archaïsch] wat •vragend: op welke wijze? betrekkelijk: op welke wijze.
ruzie, onvrede, twist, onenigheid, stront, herrie, mot, bonje, kwestie, trammelant, heibel, onmin, disharmonie, kift, onaangenaamheden, twistgesprek, onaangenaamheid, kif. stront (zn) : gedonder, ruzie, onenigheid, mot, bonje, heibel.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
wat (vnw) : dat, welke, hetgeen, welk, hetwelk, dewelke. die (vnw) : wie, welke, wat, hetwelk, dewelke.
identiek (bn) : dezelfde, hetzelfde, gelijk, eensluidend, overeenkomstig, gelijkluidend. eender (bn) : identiek, dezelfde, hetzelfde, gelijk, zelfde, om het even.
(1) Een persoon of zaak die model staat voor iets; (2) Een praktijk die navolging verdiend.
1ei·gen·lijk (bijvoeglijk naamwoord) 1alle eigenschappen bezittend van; helemaal aan zijn naam beantwoordend2echt, werkelijk 2ei·gen·lijk (bijwoord) 1welbeschouwd: wat is hij eigenlijk?
Omschrijving. Twee woorden worden synoniemen genoemd als ze (ongeveer) dezelfde betekenis hebben. Voorbeelden: godsdienst – religie, ogenblik – moment, gebeuren – geschieden.
poepen (ww) : beren, kakken, drukken, afgaan, zijn behoefte doen, schijten, bouten, een ontlastende verklaring afleggen, een grote boodschap doen, zijn gevoeg doen.
Het Nederlands heeft wc aan het einde van de negentiende eeuw direct als afkorting uit het Engels overgenomen. The W.C. is in dat geval in het Nederlands direct 'overgezet' in de wc, zonder dat men erbij stilstond dat deze afkorting staat voor het het-woord watercloset.
Een gemak, privaat, poepdoos of plee is een meestal houten of stenen bank met een gat erin waardoor de behoefte kon worden gedaan, een primitief toilet. Onder de zitplaats stond een beerton. Soms vielen de afscheidingsproducten rechtstreeks in de beerput.
In de woordenboeken staat hoezo inmiddels als 'vragend bijwoord'. Van Dale geeft als betekenis 'waarom', en Koenen 'op welke manier, in welk opzicht'.
ernstig (bn) : oprecht, echt, eerlijk, serieus, overtuigd, in alle ernst, degelijk, gemeend, deugdelijk. ernstig (bn) : zwaar, bedenkelijk, groot, erg, zwaarwegend.
Beide of beiden
Je kind schrijft 'beide' als het bij een zelfstandig naamwoord hoort. Het maakt in dat geval niet uit of het over een persoon, dier of ding gaat. Er volgt bovendien geen 'n' als 'beide' zelfstandig in een zin staat en niet op 1 of meer personen slaat.