Deze zorg nemen we alvast weg: aardappels met uitlopers zijn eetbaar. Zorg ervoor dat u deze aardappel uitlopers ruim uitsnijdt en de ogen rondom verwijdert. Hierin bevindt zich een licht giftige stof genaamd
Het is voldoende om de uitlopers te verwijderen en de ogen rond de uitlopers weg te snijden. Die bevatten namelijk solanine, een toxische stof die ook bij het koken niet verdwijnt. Deze stof komt bijvoorbeeld ook in een hogere hoeveelheid voor in nieuwe aardappeltjes.
Als de spruiten lang en goed ontwikkeld zijn, kun je de aardappelen het beste weggooien . Als het alleen ogen of een paar kleine plekjes zijn, kun je die wegsnijden en is de aardappel nog te redden.
Het antwoord is simpel: ja, deze aardappelen kan je nog perfect eten mits je de scheuten & groene delen verwijdert. De groene delen bevatten namelijk solanine, een stof die in grote hoeveelheden schadelijk kan zijn en waarvan je buikkrampen kunt krijgen. Snijd daarom altijd de uitlopers en groene plekken royaal weg.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
Dat het zakje wat bol staat, wil niet zeggen dat de groente bedorven zijn. De verpakking kan opbollen omdat er een beschermend luchtmengsel in het zakje is gedaan. Dat is niet gevaarlijk of schadelijk, het houdt juist de groente langer vers.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Meng wat mayonaise, yoghurt of zure room onder je restje aardappelen. Voeg nog wat smaakmakers zoals verse kruiden of gesnipperde (lente)ui toe en je hebt een basic aardappelslaatje. Lekker bij een barbecue, maar ook op een broodje of als extraatje bij je salade.
Zijn ze licht van kleur, zoals je ook wel eens in het keukenkastje de doorgeschoten aardappelen ziet liggen, dan is dat niet goed. Dit gaat veel te snel waardoor de planten gevoeliger zijn voor ziektes etc. Als je nu start met de aardappelen, dan kies je voor vroege aardappelen.
Hoe herken ik bederf? De aardappelen zijn beschimmeld, uitgedroogd of verrot. Bederf herken je snel door goed te kijken, ruiken of proeven. Bewaartip voor dit product Bewaar aardappelen bij voorkeur op een droge, donkere en koele plek.
Hoe kan je voorkomen dat een aardappel begint te kiemen? Dat kun je voorkomen door de aardappelen in het donker en op een koele plaats te bewaren en er een appel tussen te leggen. Haal de aardappelen uit de plasticverpakking en leg ze open in een kratje van hout of karton.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Solanine en tomatine geeft een bittere smaak en een wat brandend gevoel in de mond. In grote hoeveelheden zijn solanine en tomatine giftig voor mensen. Ze kunnen misselijkheid, overgeven, buikkramp en diarree veroorzaken. In ernstige gevallen kunnen bewustzijnsverlies, ademhalings- of hartproblemen ontstaan.
De witte stipjes heten lenticellen. Zie ze als ademhalingsporiën. Alle aardappels hebben lenticellen om de luchtuitwisseling te bevorderen, zuurstof erin, koolstofdioxide eruit, maar als ze zich ontwikkelen in grond die iets te nat blijft, zwellen de lenticellen om meer uitwisseling mogelijk te maken.
Als de uitlopers niet al te lang zijn, kan je proberen ze voorzichtig te poten en de uitlopers niet te beschadigen, maar vaak breken ze dan alsnog af. Heb je echt hele lange uitlopers van 7 cm of meer, dan kan je deze gewoon afbreken en de aardappel zonder de uitlopers uitplanten.
Deze zorg nemen we alvast weg: aardappels met uitlopers zijn eetbaar. Zorg ervoor dat u deze aardappel uitlopers ruim uitsnijdt en de ogen rondom verwijdert. Hierin bevindt zich een licht giftige stof genaamd solanine, maar daar ondervind u pas hinder van als u er een zeer ongezonde hoeveelheid van opeet.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
Je kunt de meeste aardappelplanten oogsten nadat ze gebloeid hebben, ongeveer 60 dagen na het planten. Niet alle aardappelen zullen bloeien, en de knollen zullen in dat stadium nog niet rijp zijn, maar ze zijn heerlijk als ze klein zijn.
Aardappelen bewaar je best op een koele (tussen 2 en 10°C), donkere en goed verluchte plaats. Laat de aardappelen van jouw eigen oogst eerst drogen en leg ze dan in luchtdoorlatende bakken. Controleer de eerste maanden op rotte aardappelen want die steken ook de andere aan.
De uitlopers zelf kun je beter niet opeten. In de uitlopers zit namelijk het giftige stofje solanine, waarmee de aardappel beschermd wordt tegen schimmels en insecten. Maar geen nood, als je ze er goed afsnijdt is er niks aan de hand. Van dit stofje kun je overigens flink buikpijn, diarree of koorts krijgen.
Geschild, en dan? Als je de aardappelen niet onmiddellijk gaat koken, bewaar je ze best in een kom met water. Als je dat niet doet, kleuren de aardappelen zwart. Maar, belangrijk detail: langs de snijvlakken verliezen de aardappelen wateroplosbare vitaminen – die je daarna dan weggiet met het kookwater.
Nieuwe, verse aardappelen kun je met schil eten. Maar liggen aardappelen al wat langer of hebben ze een groene schil of uitlopers? Dan kan de aardappel glycoalkaloïden bevatten.
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
Vanaf het planten tot het oogsten moet je bij de vroege rassen rekenen op ca. 90 dagen, bij de halfvroege komt dit op tot 110 dagen en bij de late variëteiten loopt dit verder op tot 150 dagen.