De uitlopers zelf kun je beter niet opeten. In de uitlopers zit namelijk het giftige stofje
Je kunt je aardappelen direct uit de grond eten zodra je ze ziet bloeien , maar als je ze wilt bewaren, wacht dan tot ze weer afsterven. Dit jaar kwamen onze aardappelen een maand later uit de grond. Bij het bewaren van aardappelen is het belangrijk dat ze zo droog mogelijk zijn wanneer je ze uit de grond haalt.
Vaak gebeurt dat in het voorjaar en afhankelijk van het aardappelras is bepaald hoe lang deze onder de grond blijven. Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Laat vers geoogste en schoongemaakte aardappelen 7 tot 10 dagen uitharden in een donkere, goed geventileerde ruimte met een gematigde temperatuur en een hoge luchtvochtigheid. Uitharden verlengt de houdbaarheid. Verlaag na het uitharden de bewaartemperatuur geleidelijk tot 4-7 °C voor gebruik op tafel.
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
In de uitlopers zit namelijk het giftige stofje solanine, waarmee de aardappel beschermd wordt tegen schimmels en insecten. Maar geen nood, als je ze er goed afsnijdt is er niks aan de hand. Van dit stofje kun je overigens flink buikpijn, diarree of koorts krijgen.
Als de spruiten lang en goed ontwikkeld zijn, kun je de aardappelen het beste weggooien . Als het alleen ogen of een paar kleine plekjes zijn, kun je die wegsnijden en is de aardappel nog te redden.
Solanine en tomatine geeft een bittere smaak en een wat brandend gevoel in de mond. In grote hoeveelheden zijn solanine en tomatine giftig voor mensen. Ze kunnen misselijkheid, overgeven, buikkramp en diarree veroorzaken. In ernstige gevallen kunnen bewustzijnsverlies, ademhalings- of hartproblemen ontstaan.
Na een paar maanden zijn de aardappelen klaar om geoogst te worden. Eind april geplante knollen kunnen al in juni geoogst worden, terwijl late soorten pas in september of oktober rijp zijn. Een duidelijk teken dat geoogst kan worden, is wanneer het loof geel of bruin en verdord is.
Ongeoogste aardappelen: Een andere vraag met betrekking tot het telen van aardappelen is of ze veilig zijn om te eten als ze de winter in de grond hebben gelaten. Volgens Oregon State University Extension zijn ze veilig zolang ze ziektevrij, stevig en met een schil die niet groen is .
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
Vanaf het planten tot het oogsten moet je bij de vroege rassen rekenen op ca. 90 dagen, bij de halfvroege komt dit op tot 110 dagen en bij de late variëteiten loopt dit verder op tot 150 dagen.
Aardappel rooien
Het makkelijkste wipt u de aardappels op uit de grond met een riek, waarna u deze met uw handen uit de grond trekt. Zorg ervoor dat u alle aardappels uit de grond haalt. Zo voorkomt u mogelijke besmettingen in de grond voor een volgende oogst.
Kweek je eigen aardappelen
De beste manier om ze zelf te kweken is door pootaardappelen te kopen en deze voor te kiemen. Je zou ook een aardappel uit de supermarkt kunnen gebruiken maar deze zijn meestal behandeld met een product waardoor ze niet snel kiemen en dus ook geen grote plant zullen geven.
Uitlopers (of scheuten) ontstaan wanneer je een aardappel te lang of te warm bewaart. Als je aardappel uitlopers heeft, hoef je die niet meteen weg te gooien. Het is voldoende om de uitlopers te verwijderen en de ogen rond de uitlopers weg te snijden.
Aardappelen bewaar je best op een koele (tussen 2 en 10°C), donkere en goed verluchte plaats. Laat de aardappelen van jouw eigen oogst eerst drogen en leg ze dan in luchtdoorlatende bakken. Controleer de eerste maanden op rotte aardappelen want die steken ook de andere aan.
Gekookte aardappelen vriezen prima in. Vries ze in een enkele laag in op een met bakpapier beklede bakplaat, met ruimte ertussen. Zodra ze volledig bevroren zijn, kun je ze in bakjes of zakjes doen. En zorg ervoor dat ze bedekt zijn met olie/vet voordat je ze in de oven of airfryer opwarmt.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Laat je aardappelen na de oogst drogen op een luchtige, droge en donkere plaats. Leg ze in bakken die de lucht doorlaten. Zakken zijn goed om aardappelen te vervoeren, maar minder goed om ze in te bewaren. Controleer de eerste maand een paar keer op de aanwezigheid van rotte knollen, want die steken de rest ook aan.
De witte stipjes heten lenticellen. Zie ze als ademhalingsporiën. Alle aardappels hebben lenticellen om de luchtuitwisseling te bevorderen, zuurstof erin, koolstofdioxide eruit, maar als ze zich ontwikkelen in grond die iets te nat blijft, zwellen de lenticellen om meer uitwisseling mogelijk te maken.
Hiervoor heeft de overheid beleid ingesteld, waarbij boeren op vaste data moeten oogsten, zoals 1 oktober geldt voor aardappelen. Na deze datum moet er namelijk een 'vanggewas' worden ingezaaid, zoals gras of wintertarwe. Dat houdt stikstof vast, zodat het niet in de bodem en het grondwater terechtkomt.
Naast kiemen zijn fysieke beschadiging (denk maar aan een gerimpelde aardappel), vergroening en een bittere smaak drie tekenen dat het glycoalkaloïdegehalte van een aardappel vergroot is. Het weggooien van de kiemen, ogen, groene schil en gekneusde delen kan dus helpen om het risico op vergiftiging te verminderen.
Normaal moet alle mais binnen zijn voor 1 oktober, zodat andere gewassen als gras of bladkool de tijd hebben om overtollig stikstof uit de bodem te halen, wat goed is voor het milieu.