Een handvol droge spaghetti met een diameter van ongeveer 2 cm is een portie voor 1 persoon. Voor korte pasta zoals penne of farfalle kun je ongeveer een kom (250 ml) vullen voor 2 personen. Een superhandige manier om spaghetti af te meten is met een spaghettimeter of met het gat van de spatel.
Wanneer je een hoofdgerecht voor volwassenen bereidt, raden we aan om tussen de 80 en 100 gram pasta per persoon te gebruiken. Kook je voor kinderen of dient de pasta als voorgerecht? Dan is 70 gram pasta per persoon een goede richtlijn.
Spaghetti meten zonder weegschaal
De duimmethode: neem een bundel ongekookte spaghetti met de dikte van je duim. Dit is ongeveer 80-90 gram, perfect voor één persoon. De opscheplepel-truc: één standaard opscheplepel gekookte spaghetti is ongeveer 65-75 gram.
Je kunt spaghetti ook met de hand meten, je krijgt dan een iets grovere hoeveelheid, maar toch handig als je geen spaghettimeter of plastic flesje in huis hebt. Als vuistregel kun je dan aanhouden dat de hoeveelheid die tussen de top van je duim en wijsvinger past, voldoende is voor één volwassene.
Pasta: gekookt 100 gram = ongekookt 40 gram (x 0,4) Rijst: gekookt 100 gram = ongekookt 34 gram (x 0,34)
Een standaard portie droge spaghetti is meestal ongeveer 75 tot 100 gram. Als je een keukenweegschaal gebruikt, weeg deze hoeveelheid dan gewoon af . Je kunt ook een spaghettimeter of huishoudelijke hulpmiddelen zoals een pondmunt gebruiken om de juiste hoeveelheid af te meten.
75 gram droge pasta levert meestal ongeveer 150 gram gekookte pasta op, wat gelijkstaat aan ongeveer 2/3 kopje gekookte pasta. Pasta absorbeert veel water tijdens het koken, waardoor het gewicht toeneemt.
Wist je bijvoorbeeld dat een portie pasta ÉÉN KOPJE is? Ja, 1 kopje gekookte pasta is een portie. Pak een maatbeker van 1 kopje en bekijk die eens. Als je gezonder wilt eten, bekijk dan deze portietabel.
Rijst en pasta verdubbelen hun gewicht door het te koken. 100 gram ongekookte pasta wordt dus 200 gram gekookte pasta. Vlees verliest ongeveer een derde van het gewicht tijdens de bereiding.
Grammen meten met een soeplepel
Een eetlepel komt overeen met drie theelepels . Het is dus gemakkelijker om 100 gram rijst of 100 gram suiker te berekenen met een eetlepel. Voor vloeibare ingrediënten komt één eetlepel overeen met 10 tot 12 milliliter, afhankelijk van de dichtheid.
Het voedingscentrum raadt 100 tot 125 gram ongekookte pasta p.p. aan. Dat is ongeveer tussen de 200 en 300 gram gekookt. Nog best een grote hoeveelheid.
Als vuistregel kun je 90 gram verse pasta per persoon voor een voorgerecht aanhouden. Voor een lunch met salade is 110 gram verse pasta per persoon voldoende. En voor een diner gebruik je 115 tot 150 gram per persoon.
Een standaard koffiekopje (ongeveer 200-250 ml) bevat ongeveer 150-180 gram ongekookte rijst. Dit is voldoende voor 2 personen als hoofdgerecht. Handig als je geen weegschaal bij de hand hebt!
Kook je pasta voor 2 personen, dan heb je ongeveer 2 liter nodig en kook je pasta voor het hele gezin en heb je ongeveer 500 gram pasta nodig, dan gebruik je 5 liter water. Ook bij het koken van pasta kun je een theelepeltje zout aan het water toevoegen zodra het water kookt.
Gerecht 2: Spaghetti
Daarnaast is het bij een pasta heerlijk om een salade of rauwkost bij te eten. Let tijdens het koken op de hoeveelheid pasta, dit verdubbelt namelijk! Voorbeeld: 100 gram ongekookte pasta of rijst wordt 200 gram gekookt.
Aardappelen, pasta en rijst
Voor rijst en pasta die je als bijgerecht serveert, reken je 50 à 60 g droog gewicht (dus voor de rijst of pasta gekookt is). Geef je pasta als een hoofdgerecht, met een feestelijke saus, dan mag je op 100 à 125 g droge pasta per persoon rekenen.
Ongekookte pasta zwelt op: 100 gram ongekookt wordt ongeveer 250 gram gekookt. Als pasta als bijgerecht wordt geserveerd, bereid dan ongeveer 40 gram ongekookt per persoon, of 100 gram gekookt.
Volgens het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid (FAVV) mag je gekookte pasta niet langer dan twee dagen in je koelkast bewaren: "Wie pasta eet die langer dan twee dagen bewaard is, kan erg ziek worden.
Tijdens het koken neemt de pasta (of rijst of anderszins) ruim twee keer hun gewicht aan water op. Je afgemeten portie wordt dus meer dan het dubbele. Die 75 tot 100 gram op je weegschaal eindigt in een hoeveelheid van 150 tot 250 gram. Dat is best een ruime portie, die zeker de helft van je bord inneemt.
Voor 200 gram gekookte pasta heb je 100 gram ongekookte pasta nodig. Voor 200 gram bereide rijst heb je 75 gram ongekookte rijst nodig. De hoeveelheid 4 opscheplepels (200 gram) gekookte pasta of rijst is de ondergrens van de aanbeveling voor de gemiddelde eter van 4 tot 5 opscheplepels (200 tot 250 gram).
Je kookt de pasta gewoon nog even in kokend water en je hebt binnen een paar seconden ultra verse pasta. Helemaal al dente zal 'ie niet meer zijn, maar dit is met afstand de beste manier om je pasta opnieuw te verwarmen. Blijf bij je pan staan, want binnen maximaal een halve minuut zal je pasta perfect gaar zijn.
De gekookte pasta bevat nu nog 140 kcal per 100 gram. In het algemeen kan je dus zeggen dat: De ongekookte voedingswaarde van een graanproduct tussen de 340 - 360 kcal per 100 gram. De gekookte voedingswaarde van een graanproduct zit tussen de 120 - 150 kcal per 100 gram.
Het klassieke rijstdieet is aanvankelijk een mono-dieet, totdat het na enkele dagen kan worden aangevuld met groenten, fruit en vis. Een strikt plan voorziet drie porties van 60 gr rijst per dag, waarbij de calorie-inname tijdens het dieet wordt verhoogd van ongeveer 800 tot 1200 calorieën door de extra ingrediënten.
Een doorsnee portie droge pasta is zo'n 100 gram per persoon. Voor grote eters voorzie je 125 gram ongekookte pasta, voor kinderen zo'n 80 gram. Italiaanse recepten (of verpakkingen) vermelden vaak kleinere porties. Dat komt omdat pasta er meestal een voorgerecht is.