Als er toch klontjes zijn ontstaan, kun je proberen ze eruit te zeven met behulp van een zeef of fijnmazige zeef. Als alternatief kun je het beslag ook in de blender of keukenmachine pureren om de klontjes eruit te halen. Zorg er wel voor dat je niet te lang pureert, anders wordt het beslag te dun.
Haal klontjes uit het droge mengsel, maar probeer ze niet te verwijderen als ze nog nat zijn. Te lang mixen maakt ze taaier. Klontjes in het beslag verdwijnen meestal vanzelf tijdens het bakken van de pannenkoek . Je kunt het beslag ook in de koelkast laten rusten om het beter te laten hydrateren.
Hoe krijg je klontjes uit pannenkoekenbeslag? Om klontjes in het pannenkoekenbeslag te voorkomen, klop je de melk er beetje bij beetje door. Je kunt ook de bloem zeven voordat je de melk aan het mengsel toevoegt.
Klontjes maken pannenkoeken niet lekkerder. Wil je klontjes in je beslag voorkomen? Dan is het belangrijk om het beslag goed te mixen, bij voorkeur met een handmixer of keukenmachine. Als er eenmaal klontjes ontstaan in pannenkoekenbeslag, zijn ze niet meer te verwijderen.
Voeg bij pannenkoekenbeslag altijd eerst de helft van de melk of water toe. Het beslag is eerst wat dikker, klontjes kun je er goed uitroeren. Daarna voeg je de andere helft toe. Het is niet erg als er een paar klontjes in het pannenkoekbeslag blijven: na het bakken zijn ze verdwenen.
Laat de boter/bloem mengeling genoeg drogen op het vuur om een stevige roux te krijgen. Zorg ervoor dat 1 van de componenten van je saus koud is, en de andere warm/heet. Bijvoorbeeld hete roux en koude melk. Breng dan de saus met een garde aan de kook en laat even doorkoken.
Klontertjes vormen zich wanneer bloem niet meteen goed mengt met de vloeistof. Een kleine fout in volgorde of te snel kloppen en daar zitten ze. Geen zorgen: zelfs de beste pannenkoekenbakkers hebben het weleens meegemaakt.
Over het algemeen geldt: Je pannenkoekenbeslag een uurtje laten rusten loont, want ze worden er gladder van en de belletjes verdwijnen.
Je kunt de klontjes namelijk nog verwijderen. Hiervoor kun je de frosting au bain marie verwarmen. Dit betekent dat je de kom met frosting in een kom met warm water zet en de frosting voorzichtig verwarmt. Door de warmte zullen de klontjes smelten en zal de frosting weer glad worden.
Pannenkoeken vallen uit elkaar bij het bakken
Oplossing: gebruik een schepje maizena (bindmiddel) en laat je beslag een uurtje (liefst 2,5 uur) rusten. Als het dan nog niet goed bakt, is er wat anders aan de hand.
Een geschift beslag kun je redden door de kom – terwijl je blijft kloppen – aan de zijkant te verwarmen met een föhn. Op die manier zorg je ervoor dat alle ingrediënten dezelfde temperatuur worden. Als dat niet helpt, kun je ook 1 of 2 eetlepels bloem uit het recept toevoegen.
Eigeel zorgt voor een glanzende donkerbruine kleur korstje als je er deeg mee bestrijkt. Eiwitten, opgeklopt tot opgeklopt eiwit, maken gebak extra luchtig. Hele eieren zorgen ervoor dat je deeg vochtig en tegelijk gebonden is, waardoor het mooi soepel wordt. Ook zorgen eieren voor luchtig gebak.
Maar die klontjes in je beslag, dat zijn de droge ingrediënten die niet helemaal zijn opgenomen, en die zijn niet echt oké. Pak een lepel en begin je beslag te mixen en druk de klontjes tegen de rand van de kom aan, dan breek je ze makkelijk af.
De klassieke verhouding voor pannenkoekenbeslag is, 500 ml melk, 250 gram bloem, 2-3 eieren en een snufje zout. Oftewel de volgende verhouding: 2 delen melk, 1 deel bloem en 0,5 deel eieren plus een beetje zout.
Zout in je beslag werkt het best van bij het begin.
Door het samen met de bloem of suiker te mengen, wordt het mooi verdeeld en doet het optimaal zijn werk voor de smaak en structuur.
Om klontjes te voorkomen, haal je de bloem voor het mixen door een zeef. Laat het beslag even rusten. Lastig als je maag rommelt, maar je pannenkoeken worden er echt lekkerder door. Vijf minuten laten rusten is al goed, maar een half uur is nog beter.
Betere smaken
Tijdens het rusten van het deeg kunnen de smaken beter in het deeg trekken, waardoor het eindresultaat nog lekkerder wordt. Je zult merken dat hoe langer je het deeg laat rusten, hoe meer smaak het krijgt.
Als er toch klontjes zijn ontstaan, kun je proberen ze eruit te zeven met behulp van een zeef of fijnmazige zeef. Als alternatief kun je het beslag ook in de blender of keukenmachine pureren om de klontjes eruit te halen. Zorg er wel voor dat je niet te lang pureert, anders wordt het beslag te dun.
Te veel vloeistof tegelijk kan het beslag te dun maken. Dan wordt je pannenkoek meer een flensje. Voeg daarom vocht beetje bij beetje toe. Gebruik dezelfde vloeistof als in het oorspronkelijke recept.
Beslag gekoeld bewaren
7 graden) voor maximaal 2 dagen en gekoeld (max. 4 graden) bij 3 dagen bewaard mag worden. Beslag voor pannenkoeken en andere zoete snacks bevatten vaak één of meerdere rijsmiddelen. Rijsmiddelen zorgen voor een luchtig eindproduct en zijn vaak onmisbaar.
Je roert niet genoeg
Last but not least: roeren! Heb je last van klonters in je saus. Dat betekent dat je niet genoeg roert. Laat de roux mooi opdrogen tot je een nootachtige geur hebt, haal de pot even van het vuur en giet er wat melk bij.
Ruikt de bloem zurig, klontert ze, lijkt ze vochtig, heeft ze een gekke kleur of wordt ze gelig, zitten er beestjes in? Dan zijn allemaal signalen dat het tijd wordt om ze weg te gooien. Bewaar bloem sowieso altijd in een luchtdichte verpakking, op een koele, donkere plek.
Cassonade is lichtbruine suiker in de vorm van basterdsuiker of klontjes, gemaakt van rietsuiker of bietsuiker gemengd met suikerstroop of melasse. Cassonade is gebroken suiker. Het woord is afgeleid van het Franse woord casson, dat zelf weer is afgeleid van het werkwoord casser (breken).