Tekort aan vitamine D door te weinig zonlicht, fosfor en/of magnesium. Vitamine D verhoogt de calciumabsorptie in de botten en fosfor zorgt voor meer stevigheid van botten en tanden. Opgelet, een teveel aan fosfor door overmatige consumptie van frisdrank, remt ook de calciumopname.
Er zijn diverse oorzaken voor een calciumtekort. Een onvoldoende inname van calciumrijke voedingsmiddelen, zoals zuivel en groene bladgroenten, is een veelvoorkomende oorzaak. Bepaalde medische aandoeningen, zoals lactose-intolerantie of een darmprobleem waardoor niet alle calcium wordt opgenomen.
Hypocalciëmie – ook wel bekend als een laag calciumgehalte of calciumgebreksziekte – treedt op wanneer u een tekort aan calcium in uw bloed heeft. Hoewel er veel oorzaken voor hypocalciëmie zijn, kan het ook optreden bij een genetische aandoening of wanneer uw nieren niet goed werken .
Te veel calcium in het bloed komt meestal doordat botweefsel wordt afgebroken, bijvoorbeeld door kanker of uitzaaiingen in het bot. In bot zit veel calcium en als het bot wordt afgebroken, komt er calcium in het bloed. Dit komt vooral voor bij: multipel myeloom (voorheen ziekte van Kahler)
Calcium wordt gereguleerd door parathormoon (PTH) uit de bijschildklier, calcitonine uit de schildklier en calcitriol (de actieve vorm van vitamine D) (zie figuur 1). Deze hormonen zorgen ervoor dat de calciumspiegel in het bloed stabiel blijft, wat belangrijk is voor veel lichaamsprocessen.
Idiopathisch hypercalciurie (IH) presenteert zich hoofdzakelijk in de kindertijd met variabele klinische symptomen, waaronder buik- of rugpijn, troebele urine (duidelijker bij de eerste mictie van de dag), sediment in verzamelde urine, macro- of microscopische hematurie, infecties van urinewegen, urinaire urgentie, ...
Calciumblokkers verslappen de spieren en verwijden de bloedvaten zodat het bloed goed kan stromen. Effecten van calciumblokkers kunnen zijn: de bloeddruk daalt.
Normaal ligt het calciumgehalte in het bloed tussen de 2,20 en 2,55 mmol/L. Als uw calciumwaarde boven deze grens uitkomt, spreekt men van calcium in bloed te hoog.
Waarom deze balans belangrijk is.
Calcium zorgt ervoor dat spieren aanspannen, terwijl magnesium helpt om ze weer te ontspannen. Krijg je te veel calcium en te weinig magnesium binnen? Dan kan er een disbalans ontstaan, wat kan leiden tot stijve spieren, krampen en zelfs zwakkere botten door botontkalking.
Als u geen zuivel eet, kunt u calcium halen uit bepaalde groenten zoals broccoli en boerenkool, noten zoals amandelen, zaden en peulvruchten. Ook volkoren granen en verrijkte plantaardige melk zijn uitstekende bronnen.
Hypocalciëmie is een elektrolytstoornis die gekenmerkt wordt door een te laag calciumgehalte in het bloed (Griekse 'hypo' betekent 'laag' of 'weinig'). Een normaal calciumgehalte in het bloed bevindt zich tussen de 2,10-2,55 mmol/l.
De bijschildklieren maken een hormoon dat betrokken is bij de kalkstofwisseling van het lichaam. Calcium (kalk) is een belangrijk mineraal voor de aanmaak van botten en tanden. Als er te weinig calcium in het bloed is gaat de bijschildklier harder werken en wordt er meer bijschildklierhormoon geproduceerd.
Drink voldoende water, want een te hoog calciumgehalte kan nierstenen veroorzaken en je nieren beschadigen. Neem zeker geen voedingssupplementen met vitamine D op eigen houtje. Deze middelen kunnen het teveel aan calcium in je bloed soms nog verergeren.
Indien behandeling wenselijk is: Geef een infuus met 1-2 liter natriumchloride 0,9% in 4 uur, gevolgd door 2-4 liter per 24 uur, eventueel aangevuld met kaliumchloride. Houd daarbij rekening met het risico op overvulling.
Door zout, alcohol en cafeïne in onder andere koffie, thee en cola verlies je wat meer calcium via de urine.
Calcium kunt u beter niet tegelijk innemen met ijzer, zink of magnesium in hoge doses. Deze mineralen concurreren om opname in de darmen. Ook kan calcium de opname van bepaalde antibiotica verminderen. Neem calcium bij voorkeur tijdens een maaltijd voor betere opname.
Bananen leveren naast kalium best ook nog tal van andere mineralen zoals ijzer, fosfor, magnesium, zink, selenium en calcium.
Eet minder zout
Zout verhoogt de hoeveelheid calcium in de urine. Meer calcium in de urine verhoogt de kans op stenen. Eet daarom weinig of geen voedingsmiddelen met zout.
Ook kazen die je tegenkomt op het kaasplankje, zoals Danish Blue, Saint Paulin of Camembert, zijn een bron van calcium. Daarnaast kun je calcium ook vinden in kazen die je wellicht wat sneller in een salade tegenkomt, zoals feta, geitenkaas, of hüttenkäse. In vette kazen zit over het algemeen meer calcium.
Van de organische calciumverbindingen blijkt calciumbisglycinaat de beste opneembaarheid te hebben.
Een licht tekort aan calcium geeft zelden klachten. Je kan last hebben van: tintelingen of een 'voos' gevoel, meestal rond je mond of in je vingers en tenen; spierspasmen (onwillekeurige spiersamentrekkingen) rond je mond.