Hoe dichter de plantuien op elkaar komen te staan, hoe minder groot ze zullen worden. Meestal planten wij de uien om de 10 centimeter binnen de rij. In de loop van het seizoen sneuvelen er dan nog een paar uitjes.
Het opkweken uit plantuien is de makkelijkste en snelste manier om (grote) uien te kweken. Maak dan met een pootstok of iets dergelijks gaten in de grond. Je kunt de plantuien dan ongeveer 5-6 centimeter diep planten. Dieper mag ook maar het duurt dan net iets langer voor ze boven komen.
Dit kan te maken hebben met het weer: te warm, te koud, te droog, te nat. Veel wind kan ook de oorzaak zijn: dan moet je plantjes te veel energie stoppen in het rechtop blijven staan en gaat dat ten koste van de groei. Staan plantjes te dicht op elkaar dan kunnen ze ook niet goed groeien.
Als je een zaadje van een ui in de grond stopt, kan er een klein uienplantje uit groeien.
Ajuin heeft een rijke en pH-neutrale tot kalkachtige bodem nodig en een zonnig plekje. Om de grond goed voor te bereiden op het plantmoment in de lente is het een goed idee om de bodem te verrijken met compost of goed verteerde mest en vervolgens te laten rusten tijdens de winter.
Een tip om grotere bollen uit uw uien te halen, staat bekend als "lepelen". Dit is een techniek waarbij u met een lepel of uw vingers de aarde rond uw uienbollen verwijdert . Meestal verwijdert u, zodra ze beginnen te bollen, de aarde tot ongeveer tweederde van de grond eromheen, waarbij u erop let dat u de wortels niet beschadigt.
Voor of rond de bolling kan in de uien een overbemesting met stikstof en kali worden gegeven. Voor een optimale opbrengst kunt u uw uien bemesten tot 120 à 150 kg N per hectare (=totaal voor het seizoen).
De oogst vindt afhankelijk van het ras plaats in augustus of september. De laat geoogste uien worden meestal bewaard. De buitenste rok droogt in tot een droge, strogele huid, die de bol tijdens de bewaring beschermt.
Ja, maar je krijgt dan wellicht een kleine ui. In het tweede jaar concentreert de ui zich op het groeien van een bloem. Je kunt hem laten doorschieten, de zaden laten drogen en ze het volgende jaar planten.
Geef de uien tijdens de eerste 3 weken twee keer per week water. Op dat moment hebben je uien al een wortelgestel. Na die twee weken vermijd je water, zeker als de grond bevroren is. Eens de grond na de winter opwarmt kun je je gieter weer boven halen wanneer je ziet dat de grond hard, gebarsten of droog is.
Planten hebben zonlicht nodig om te groeien! Plantjes die op een zonnige plek staan groeien sneller, worden groter en geven een betere oogst. In een kasje groeien je plantjes sneller, want vaak is de temperatuur net wat hoger en droogt de bodem minder snel uit.
Als je deze bol niet zou oogsten maar in de grond zou laten zitten, ontstaat in het tweede jaar een bloemstengel in de plant. Kortom, de ui gaat bloeien en zaadjes maken. Tenslotte laat de bloem haar zaadjes los, waarna de plant afsterft.
Als je plant al wat langer te veel water krijgt kan je dat zien aan de bladeren. Ze zullen lichtgroen of geel worden en uiteindelijk van de stam afvallen. Heeft je plant al wortelrot door een overschot aan water, dan is de kans groot dat de bladeren juist verdorren en van de plant afvallen.
Hoe plant je pijpajuinen in de tuin? Geef de lente-uitjes voor het planten goed water en laat ze uitlekken. Graaf een put van ongeveer twee keer de diepte en diameter van de wortels van je plant.
Uien en sjalotten zijn rijp van zodra de stelen beginnen te knakken én twee derde van het loof is opgedroogd. Trek ze uit de grond, en laat ze mooi gespreid drogen op bijvoorbeeld een krant in een ruimte met veel luchtcirculatie en uit de felle zon. Na ongeveer een week zijn ze droog.
Wat moet je doen als je bloemknoppen bij je uien ziet? Haal je het buitenste velletje eraf, dan kun je zowel het loof en de kleine ui zelf prima eten. Snij het loof in ringetjes voor door salades, of gebruik het - samen met de fijngesneden ui en de bloeistengel in de soep of in een roerbakgerecht.
Vanaf februari t/m mei kun je uien uit zaaigoed direct in de volle grond zaaien. Zaai bij voorkeur in rijen met een rijafstand van 20 cm en op 10 cm diepte.
Door uien naast wortels te planten, worden de wortelvliegen misleid door de geur van de uien, waardoor ze de wortels niet zullen aantasten.
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ja, die kunt u nog prima gebruiken en eten. Lekker is het alleen niet. De smaak van deze uitlopers is namelijk vrij bitter. Vooral als u ze rauw wilt gebruiken, kunt u beter een ui nemen die nog geen uitlopers heeft.
Voor dikke uien om te bewaren kweek je eenvoudigst met pootgoed maar het kan ook door rechtstreeks te zaaien. Meestal zaaien we wel Stengelui voor in rijtjes om dan uit te dunnen op 5 tot 10 cm en 30-40 cm tussen de rijen.
Het vanggewas na de hoofdteelt zorgt ervoor dat er stikstof uit de bodem wordt getrokken, daarmee spoelt het niet uit in het grondwater. Hoe eerder een vanggewas wordt ingezaaid, hoe beter het zijn werk kan doen. Voor de waterkwaliteit is om die reden 1 oktober als uiterste datum voor het inzaaien ingesteld.
Het kan dus flink wat schelen als je er te vroeg bij bent. Echter, te laat je uien oogsten is ook niet ideaal. Daar je bij te vroege oogst wat kleinere uien zult hebben, loop je bij te laat oogsten het risico dat de uien openbarsten. Bovendien bewaren te laat geoogste uien minder goed.
Uien moeten onkruidvrij gehouden worden en hebben flink wat water nodig tijdens droogte, geen mest geven, wel wat patentkali toevoegen voor de bolvorming.
Zaaiuien lijken op dierlijke mest op zijn minst net zo goed te groeien als op kunstmest. Dat is de conclusie van veldproeven in 2020 en 2022 van Delphy, LTO Noord en Cumela op dalgronden in Drenthe.
Zo plant je ui
Uien hebben bij uitplant niet veel nodig. Een beetje compost voor het uitplanten is genoeg. Veel mest zorgt voor veel loof, maar een slechtere ontwikkeling van de ui zelf.